Op woensdag 1 april stonden op de kazerne in Oirschot rond de tweehonderd militairen opgesteld achter hun brigadecommandanten. Ze hebben een ding gemeen, ze zijn allemaal drone-specialisten die opgeleid zijn in drone- en counter-drone operaties. De Nederlandse landmacht is het eerste NAVO-krijgsmachtonderdeel dat deze capaciteit heeft ondergebracht in alle lagen van de gevechtsorganisatie.


Tijdens een bijzonder appel werden de drone-eenheden, een voor elk van de drie gevechtsbrigades en het Korps Commandotroepen, officieel opgericht. De tweehonderd opgestelde militairen zijn de voorhoede van in totaal rond de twaalfhonderd militairen die bij de landmacht met en tegen drones gaan strijden. Of zoals de commandant landstrijdkrachten (C-Las) luitenant-generaal Jan Swillens het verwoordde in zijn toespraak: “Vanaf vandaag vechten we met en tegen drones”. Met de overdracht van een aanvalsdrone, voorzien van een coin van de nieuwe eenheden, aan generaal-majoor Frank Grandia werd de oprichting officieel bekrachtigd.
Belangrijke stap
De oprichting van de drone-eenheden is een belangrijke stap voor de landmacht en ingegeven door de oorlog in Oekraïne. Daar is de afgelopen vier jaar de inzet van drones misschien wel een van de belangrijkste veranderingen in oorlogsvoering van de laatste tijd. Aan het begin van de oorlog werd nog tachtig procent van de slachtoffers veroorzaakt door artillerie, nu is dat percentage voorbehouden aan drones. Het is dus van belang dronedetectie en counter-drone capaciteit te ontwikkelen en in te zetten, naast de mogelijkheid om drones offensief in te zetten.

Een jaar geleden werd door de landmacht de Task Force Drones opgericht. Het doel van de task force is de ontwikkelingen op het gebied van drones aan te jagen en staat onder leiding van brigadegeneraal Joland Dubbeldam. Hij was aanwezig op de oprichtingsdag en vertelde daar over zijn opdracht, het structureel opbouwen van dronecapaciteit.
“In eerste instantie om onze eigen eenheden te beschermen tegen vijandelijke drones. En in tweede instantie om de effectiviteit en de gevechtskracht van de landmacht te verhogen door gebruikmaking van drones. En als je toch bezig bent, zei C-Las Swillens: kijk eens even hoe we in het vervolg veel sneller kunnen innoveren”, vertelt Dubbeldam. “Dus binnen een jaar hebben we nu deze capaciteit opgebouwd. En wat is deze capaciteit dan? We hebben prioriteit gegeven aan de eenheden die in de zogenaamde death zone zitten. Dat zijn de infanteristen die in die loopgraven zitten. En die infanteristen hebben eerst prioriteit gekregen.”




Eigen toolbox
De capaciteit wordt verdeeld over alle lagen van de eenheid. Van de individuele militair tot de brigadecommandant. Iedere commandant krijgt zijn eigen toolbox om drones te ontdekken en ineffectief te maken, maar ook om eigen drones in te zetten. “Het liefste wat we willen is vooral om de levens van onze eigen mensen te sparen. Dat betekent dat we het gevecht zoveel mogelijk naar de tegenstander willen brengen. En als je dat op afstand kan doen is dat een stuk slimmer dan wachten tot ze met geplaatste bajonet in je loopgraaf zitten. Je moet het beter en slimmer doen dan de tegenstander en daar zijn we mee bezig”, aldus Dubbeldam.
Belang krijgsmacht
De aanwezigheid van de Commandant der Strijdkrachten (CDS), generaal Onno Eichelsheim, geeft aan dat de mijlpaal voor de landmacht ook van belang is voor de rest van de Nederlandse krijgsmacht. Ook het conflict in Iran laat zien hoe moeilijk het is om drones tegen te houden, zelfs met de meest geavanceerde apparatuur. “Onze opponenten hebben zich gewapend met een hele grote hoeveelheid drones, met industrie die erachter zit om het heel snel ook door te ontwikkelen. We hebben daar zelf het afgelopen jaar wel de eerste stappen in gezet. Als je dit niet doet, dan win je ook het gevecht niet”, legt de CDS uit.

Voortzettingsvermogen
Om het gevecht te kunnen voeren zijn er duizenden drones per dag nodig. Die zullen we op voorraad moeten hebben, maar ook de mogelijkheid hebben om die in dat soort aantallen te produceren. Daarnaast gaat de ontwikkeling van drones razendsnel. In Oekraïne is de innovatietijd drie weken. Gevraagd hoe wij als land ervoor gaan zorgen dat we voortzettingsvermogen hebben en dat innovatietempo gaan krijgen, antwoord Eichelsheim: “Dat is niet heel ingewikkeld. Dat doen we net zoals Oekraïne dat doet. We hebben de kennisinstituten (TNO en NLR, redactie) en we hebben de producenten al in Nederland. Dus we zijn in staat om ook die opschaling te realiseren. Je moet alleen hele goede afspraken hebben, dus contracten afsluiten die meer effect-based zijn.”
Eichelsheim legt uit dat je niet alleen een voorraad moet opbouwen maar dat het ecosysteem erachter veel belangrijker is. Dat vraagt volgens de CDS om een andere contractvorm. “Bedrijven moeten ons niet alleen bedienen als we werkelijk aan het trainen zijn, maar opschalen als het op een gevecht aankomt. Ik zie niet in waarom wij dat niet kunnen als het in Oekraïne wel kan”, vervolgt de CDS zijn verhaal. Nederlandse dronebedrijven spelen tenslotte al een rol in de oorlog daar en zijn dat gewend.

Keuzes maken
“Je zult op een gegeven moment ook keuzes moeten maken. Met welke bedrijven wil je de komende tien jaar dit soort ontwikkelingen doormaken. En hoe doe je dan in vredestijd terwijl het bedrijf zich wel kan doorontwikkelen en technologie kan bouwen. Dat kost geld zonder dat je er misschien veel voor terugkrijgt. Dat vraagt niet alleen iets van onze inkopers, maar ook van de financiële mensen en controllers in onze organisatie. We hebben dus best nog wel een ontdekkingsreis te maken”, besluit Eichelsheim.


Zoals eerder gezegd, wordt het aantal militairen dat zich gaat bezighouden met drone- en counter-droneoperaties uitgebreid tot twaalfhonderd. Dat zijn niet alleen dronepiloten, maar ook technici. Die krijgen middelen die aangepast zijn op het niveau in de organisatie. Ook daar zit ontwikkeling in. Het gebruik van 3D-printers en ontwerpsoftware zorgt dichtbij de eenheden al voor de mogelijkheid om aanpassingen te doen aan een ontwerp.
De eerste stappen zijn gezet. De Nederlandse defensie trekt hierbij op met die van Oekraïne. Het is nu afwachten of de lessen die geleerd zijn en nog steeds worden geleerd, ook in daden worden omgezet. Bij Defensie lijkt de mindset er te zijn. Hopelijk is dat bij de politiek ook het geval.







Leave a Reply