Het personeel van 1(NL) Infanteriecompagnie, het Duits/Nederlandse High Readiness Forces Headquarters – dat voor zes maanden de scepter zwaaide over ISAF – en de commando’s van de Special Reconnaissance Unit is weer thuis. Met hun terugkomst in augustus beëindigde Nederland haar grootschalige bijdrage aan de ISAF-missie in Afghanistan. Zo’n 2200 man werden in dit teken uitgezonden. Op 11 augustus ‘03 is door Nederland en Duitsland het commando over de internationale vredesmacht ISAF in de Afghaanse hoofdstad Kabul, overgegeven aan zijn opvolger, het NAVO-hoofdkwartier Allied Forces North waar ook 35 Nederlanders deel van uitmaken. Ook al was ISAF 6 de laatste rotatie, het was zeker niet de makkelijkste. De aanslag op de Duitse legerbus bewees dat opperste concentratie van de mensen van ISAF noodzakelijk was. “Schokkende, pijnlijke en emotionele momenten regen zich aaneen in de meest afgrijselijke situaties”, verwoord iemand van de geneeskundige groep de 7e juni. De dag dat vier Duitse rotanten de dood vonden in de bus die hen naar Kabul International Airport zou brengen. Eerder al lieten een Duitser en een Amerikaan het leven maar zij stierven een natuurlijke dood. Daarnaast stortte nog een vliegtuig met 62 Spaanse collega’s neer die onderweg naar huis waren en reed een Duitse MB op een mijn waarbij de chauffeur omkwam. Een uitzending dus waarin de vlaggen meerdere malen halfstok hebben gehangen. DDP blikt terug.

Prestatie: Het werk ging echter door. Met 188 man voerde de infanteriecompagnie meer dan 800 patrouilles uit in drie maanden tijd. Zowel ’s nachts als overdag. Een prestatie van formaat want na voornoemde aanslag is ook het aantal Vehicle Checkpoints (VCP’s) en Observatie Posten (OP’en) flink opgevoerd. Dit vooral vanwege de vele ‘threat warnings’ voor zelfmoordaanslagen. De Bravo ‘Stier’ compagnie Garde Grenadiers en Jagers van 11 Infanterie Bataljon Luchtmobiel was  de ‘main body’ van de infanteriecompagnie. Het stond onder bevel van de Battle-group East (BGE) van de Kabul Multinational Brigade, tegenwoordig onder Canadese leiding die vanaf augustus het grootste contingent in en rond Kabul vormen. Het eerste peloton was verantwoordelijk voor het politiedistrict Chahar Asiab, dat de zuidingang van Kabul vormt en waar zo’n 49.000 mensen wonen. Het tweede peloton in Bagrami en het derde in Police District 12 (PD12). Is Bagrami nog redelijk groen en bergachtig, PD 12 is eigenlijk een grote stoffige vlakte met één redelijk grote stad in het midden, Achmad-Shah-Baba-Mina gebouwd door de Russen en ooit bedoeld als forensenstad.

Patrouille: Twee MB’s van 1 Bravo verlaten voor een patrouille, onder leiding van een sergeant, de poort van Camp Warehouse. Het is al gauw drie kwartier rijden naar Chahar Asiab en de rit gaat dwars door het drukke centrum van Kabul en via route Indigo. Als de MB’s een bocht naderen langs een steile rotswand, gaat het gaspedaal wat dieper. “Hier is tijdens ISAF 5 de aanslag gepleegd waarbij een tolk is gedood”, legt de sergeant uit. Later zou het bij hetzelfde punt nog een keer raak zijn. Gelukkig bleef de schade toen beperkt tot een schram. Het geeft wel aan dat het gevaar overal op de loer ligt en ze constant alert moeten zijn. Vervolgens rijdt men door een vallei omgeven door bergen. Nomaden trekken met kamelen, ezels en schapen door het landschap. Dan stopt men plotseling omdat één van de militairen iets heeft waargenomen in het zijterrein. Het blijkt een UXO (unexploded ordnance, niet ontplofte munitie) te zijn. Met een spuitbus met gele verf wordt duidelijk aangegeven waar het ligt en men zet het stukje terrein af met roodwit lint. Dit trekt meteen de aandacht van kinderen die nieuwsgierig dichterbij komen. De militairen drukken de aanwezige volwassenen op het hart om de kinderen niet in de buurt te laten totdat ISAF-militairen het projectiel verwijderd hebben. De patrouille rapporteert de vondst aan de EOD maar die heeft het echter zo druk met het opruimen van explosieven in het van de mijnen en andere projectielen vergeven land, dat ze niet meteen ter plaatste kunnen zijn. “Mocht het een direct gevaar opleveren voor ons, dan blijven we wachten tot de EOD is gearriveerd. Maar zoals nu ligt het een eind van de weg en kunnen we doorrijden,” aldus de sergeant. De patrouille houdt halt bij een verlaten SAM (Surface to Air Missile) site op een kleine berg. Van hieruit konden de raketten het luchtruim over praktisch heel de stad ‘coveren’. Nu is het er verlaten en doodstil. Echter de hulzen van een zwaar kaliber wapen, waarmee het terrein bezaaid ligt, wijzen erop dat hier in het verleden hevig gevochten is. Dan zet men koers naar een dorpje iets verderop. De MB’s blijven net buiten het dorp achter en een paar man gaan te voet verder. Dit is de beste manier om met de bevolking in contact te komen. Na het bezoek aan het dorp – waar men, uiteraard, een kopje thee krijgt aangeboden – rijdt 1 Bravo nog een rondje door het terrein en vindt het dan welletjes en wordt weer koers gezet naar Camp Warehouse.

De bovenstaande patrouille is illustratief voor één van de belangrijkste taken van de rode en groene baretten in Afghanistan. Patrouilles rijden en de meest uiteenlopende informatie verzamelen. Van hoeveel scholen en ziekenhuizen er in het gebied zijn en waar die behoefte aan hebben, of er nog berovingen hebben plaatsgevonden, zijn er nieuwe mensen in het dorp komen wonen? Wat is de levenstandaard? Enzovoort. Vaak gaf de lokale bevolking aan behoefte te hebben aan steun zoals schoolspullen, water voedsel, medicijnen etc. Er werd nooit wat toegezegd maar via het hogere niveau bereikten deze informatie de juiste kanalen zoals CIMIC of hulporganisaties. “Als je iets toezegt moet je het ook waarmaken. Dan rekenen die mensen erop dat je het de volgende keer meebrengt en daar zijn we niet voor”, aldus een groepscommandant. “Dan verliezen ze gelijk al het vertrouwen in ISAF. Daarom doen wij nooit beloftes. Wij zijn hier voor de veiligheid en dat leggen we ook heel duidelijk uit.”

Observatie Posten: Het Verkenningspeloton en het anti-tankpeloton hadden geen eigen gebied, hoewel het eerstgenoemde peloton veel te vinden was in het Eastern District (ED) en de South-Extension (SE). Deze twee gebieden zijn in het begin van ISAF 6 toegevoegd aan de Area of Responsebillity (AOR) met als achterliggende reden de veiligheidscirkel rond Kabul te vergroten. Immers, hoe groter de beveiligingscirkel en hoe intensiever de patrouillegang, hoe moeilijker de “vijand” zijn raketten op ons af kan schieten. Zowel het ED als de SE bestaan grotendeels uit ruime valleien, omringt door hoge bergketens. Daarmee houdt de vergelijking al snel op. Het ED is gedurende de oorlog een veelvuldig bevochten gebied geweest. Het krioelt er dan ook van de UXO’s, mijnen en munitieresten. Op één meertje na (Wild Lake) zijn er geen waterlopen. De valleien zijn dan ook kaal en dor en de weinige dorpjes maken een armoedige indruk. In de SE is echter nooit gevochten. Het gebied heeft meerdere waterlopen en een werkend irrigatie systeem en het is er dan ook groen en – rond de rivier weelderig – begroeit. De mensen hoeden er hun schapen en geiten en zien er vrolijk uit. Vandaar ook dat de SE al snel als “Happy Valley” bekend stond. De verkenners hebben, soms samen met de Engelsen, ook regelmatig OP’en voor meerdere dagen ingericht en routes verkent. De Engelsen deden vooral een beroep op de Nederlanders vanwege hun nachtzichtapparatuur. Deze OP’en lagen meestal in de bergen wat voor de verkenners een behoorlijke klim betekende met bepakking. Een kleine week lang bestond het leven van zo’n groep uit koud eten, de behoefte doen in een vuilniszak, waarnemen, wacht draaien en vooral niet te veel bewegen. Door de zware wapens had het anti-tank/mortierpeloton als taak ‘in geval van’ voor het bataljon speciale taken uit te voeren. Zo is de mortiergroep meerdere malen ingezet voor vooral het afgeven van licht in de nachtelijke uren. Beide pelotons dienden verder als patrouilleverdichting in het hele Nederlandse gebied. Hoe meer patrouilles in de AOR hoe beter. Aan de ene kant kon de bevolking zien dat ISAF maximaal aanwezig was in hun gebied en dat gold natuurlijk ook voor groeperingen die ISAF minder gunstig gezind waren. Dat die groeperingen er zijn, zal niemand verbazen.

Pro-actief: Dit concept moest het moeilijker maken voor terroristen om de stad binnen te komen. Honderd procent veiligheid is natuurlijk nooit te garanderen door ISAF maar de commandant (CC) van 1(NL) Infanteriecompagnie vindt dat zijn personeel samen met de Duitse collega’s toch tijdens ISAF 6 weer een grote stap in de goede richting hebben gemaakt. “We hebben sinds we hier zijn geen enkele raketaanval gehad en ik denk dat één van onze grootste verdienste is. Je weet uiteraard niet zeker of dat door onze manier van optreden komt of dat het andere oorzaken heeft, maar ik denk dat we als onderdeel van de BGE erg goed bezig zijn geweest door heel pro-actief op te treden tegen dat soort aanvallen. Het is in ieder geval geen enkele groepering gelukt om zijn raketten tegen ons in stelling te brengen en af te vuren.” Over de situatie in de AOR is de CC goed te spreken. “Overal zie je de lokale bevolking weer huizen en werkplaatsen opbouwen. Wij creëren hier een zodanige situatie dat de bevolking weer kan beginnen met het denken aan een toekomst. Je ziet ook dat het vertrouwen in ISAF aan het groeien is. Het mooiste voorbeeld zijn onze contacten met de First Guard Division. Een restant van de oude Noordelijke Alliantie die nu langzaam deel moet gaan uitmaken van de ANA (Afghan National Army). Zij hebben hun kazerne in Chahar Asiab. In het begin mochten we niet eens hun kazerneterrein op. Uiteindelijk mochten we zelfs hun munitiebunkers bezichtigen. Ook met de Zevende Divisie in hetzelfde district hebben we uiteindelijk heel goede contacten opgebouwd. Ook in Bagrami zie je duidelijke vooruitgang. De NDS, de Afghaanse geheime dienst, wilde na verloop van tijd graag met ons op patrouille. Dat was daarvoor ondenkbaar. Dat is niet alleen de verdienste van ISAF 6 maar ook zeker van alle vijf rotaties daarvoor.” De CC kijkt tevreden terug op de missie. “We hebben het goed gedaan en ik heb tijdens deze missie echt ervaren dat een lichte infanterie eenheid, zoals wij dat zijn, uitermate geschikt is voor dit soort uitzendingen. Ook het materieel waar wij hiermee gewerkt hebben voldeed aan de verwachtingen. Verlengde softtop MB’s met een kolomaffuit voor de mitrailleur MAG zijn echt ideaal. Aan de ene kant ben je goed bewapend en aan de andere kant kun je nog snel contact maken met de lokale bevolking.”

Paars: Uiteraard was niet alles ideaal aan ISAF-6. “Zo waren wij waar het de logistiek betreft afhankelijk van Duitsland. Nu stelden wij in Nederland prioriteiten en dan kwam het spul in Keulen aan en daar stond dan een Duitser die weer heel andere prioriteiten had. Dan sta je gewoon machteloos. Verder zou Nederland wat alerter moeten zijn als het gaat om zaken als telefoon- en internetverbindingen. Nu heeft het tot onze lichting geduurd voordat er een KL V-sat werd geplaatst waardoor mensen een stuk goedkoper naar huis konden bellen. Daarvoor kreeg iedereen tien belminuten per week met een mobiele telefoon, en dat is heel erg duur. Hetzelfde geldt voor Internet. Uiteindelijk heeft ISAF 4 via de Italianen een internetcafé geregeld. Waarom niet gelijk goed doen vanuit Nederland vanaf ISAF 1? Dat scheelt een hoop geld.” Een ander punt verdient ook de aandacht volgens de CC. “Wij zijn als krijgsmacht nog steeds niet paars genoeg. Op Manas staan Nederlandse F16’s. Maar daar kunnen wij geen zaken mee doen. Als mijn Forward Air Controller behoefte had aan vliegtuigen om te trainen moest hij dat met de Amerikanen regelen op Bagram. Dat kon niet rechtstreeks met onze eigen luchtmacht omdat ze in Nederland bang zijn voor een vermenging van ISAF en Operation Enduring Freedom. Maar die vermenging was er toch al omdat er nu met de Amerikanen van dezelfde Operation Enduring Freedom zaken gedaan werden. Maar de negatieve dingen buiten beschouwing latend ben ik zeer tevreden wat wij hier gepresteerd hebben.”

Mandaat: De situatie in en direct rond Kabul is zienderogen verbeterd. Maar alleen daar, want 1,5 jaar nadat de Amerikanen en de zogenaamde Noordelijke Alliantie van krijgsheren de Taliban en Al-Qaida hebben verdreven, de wereld met miljarden aan toezeggingen te hulp schoot, blijkt de gewone Afghaan in de regio’s verder buiten Kabul er beroerder aan toe te zijn dan ooit in hun turbulente historie. In deze regio´s gedragen de krijgsheren zich als vanouds. Geld is er eigenlijk genoeg toegezegd om Afghanistan te herbouwen, maar de wil ontbreekt om de oude machtsafbakeningen op te ruimen. Niemand staat in de startblokken om de krijgsheren met hun eigen legertjes voorgoed van de Afghaanse kaart te poetsen. Dat zijn namelijk de horzels in de Afghaanse pels, die de plattelandsbevolking terroriseren, wederopbouw onmogelijk maken en als onverzadigbare aasgieren uit de door donoren gevulde ruif staan te schransen. Hopelijk wordt het mandaat van de vredesmacht onder gezag van de NAVO uitgebreid daar de alliantie aangegeven heeft – eventueel bereid te zijn – om ook in andere Afghaanse steden de rust en orde te herstellen. Er is dus nog veel werk te doen voor ISAF.

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.