“Twister” maakt debuut, een wapenstation op de pijnbankFeatured

“Twister” maakt debuut, een wapenstation op de pijnbank

Vanaf januari is de Boxer voor enkele maanden te gast bij de Afdeling Beproevingen Wapensystemen en Munitie (ABWM) op het Artillerie Schietkamp bij Olde­broek. Als ‘Mission Module’ is daarop de Battle Damage Repair (BDR) uitvoering geplaatst. In deze periode wordt in opdracht van de KL ook het complete wapenstation – de Twister – getest. Om deze op zijn kwaliteiten te kunnen beoordelen wordt die, door middel van een reeks van intensieve beproevingen, ruimschoots aan de tand gevoeld.

De bewapening van een toekomstig Pantserwielvoertuig (PWV) bij de KL bestaat uit een enkele 12,7mm mitrailleur van het type Browning/FN .50 Mk2 HB/QCB. Dit bewezen wapen is beter bekend als de ‘punt vijftig’. Dat de KL een zwaar gepantserde kolos als de Boxer met zo’n relatief lichte bewapening uitrust komt vooral omdat deze, volgens de taakomschrijving, het gevecht in de voorste linies niet of nauwelijks aan de lijve zal ondervinden.

Uniek
De Twister is een compleet nieuw wapensysteem, dat door Thales in Nederland, specifiek volgens de wensen van de KL voor de Nederlandse ‘Mission Modules’ van de Boxer is ontworpen. Dit wapensysteem bestaat onder meer uit een elektrisch en mechanisch bedienbaar gedeelte, inclusief wapen affuit, dat is ontworpen door Thales ‘Ground Based’ (Hengelo) op basis van een nog niet eerder voor affuiten toegepaste geruis- en onderhoudsarme ‘Direct Drive Motor’. Dit wordt gecombineerd met een Optisch en Optronisch pakket aan mission-systemen dat is ontworpen door Thales ‘Optronics’ (Ypenburg), tevens hoofdaannemer van de Twister. Echter, het unieke concept dat Thales voor de Twister heeft uitgedokterd is dat de schutter de .50 kan spannen, laden, elektronisch kan richten en afvuren terwijl hij geheel onder pantser verblijft. De schutter hoeft zichzelf enkel dan nog bloot te geven wanneer de loop gewisseld en/of herladen moet worden. Het eerste is, dankzij de snel verwisselbare loop, een fluitje van een cent. Om de .50 te integreren in de affuit is er flink aan het wapen gesleuteld. Een standaard spanhandel zal je er niet meer op aantreffen. In plaats daarvan wordt via een stalen spankabel en hevelmechanisme de ‘M10 charger’ bediend. Om het af te vuren is op het gemodificeerde wapen een elektrische afvuurspoel geplaatst. Daarnaast beschikt het als back-up ook over een ‘side-plate trigger’ die via kabels en hydraulica is te bedienen. De schutter zal standaard kiezen voor de elek­tronische variant. Hierbij kan hij door middel van een joystick alle handelingen verricht worden. In situaties waarbij geen elektriciteit voorhanden is kan hij altijd terugvallen op de mechanische en hydraulische variant, waarbij het wapensysteem met be­hulp van zwengels en voetpedaal effectief bediend kan worden. Met behulp van een ‘flat panel display’ (FPD), waarop constant de richting van de loop staat afgebeeld, kan de schutter doelen onder-, herkennnen en op de korrel nemen. De FPD wordt gevoed met beelden van een nieuw type warmtebeeld camera die op de affuit is geplaatst. Mochten deze beelden om wat voor reden ook niet beschikbaar zijn, dan kan de schutter terugvallen op zijn BUAS (Back-up Aiming Sight) dat bestaat uit een Optisch dagvizier. Overigens het wapensysteem – waarbij de operator tijdens gebruik in meedraait – is niet gestabiliseerd tijdens de rit.

Risico’s
Voordat andere militairen van de KL zich op deze gigant met dit wapensysteem naar hartelust mogen uitleven, is een gedegen veiligheidsverificatie vooraf door de ABWM een must. In eerste instantie is de Boxer daarom bijna dagelijks op de ‘Hojelbaan’ te vinden. Alwaar wapenstation, optiek en bewapening uitvoerig wordt uitgeprobeerd. Vragen zoals: doet de besturing wat het moet doen en blijft het richtgedrag en treffernauwkeurigheid tijdens wisselende scenario’s hetzelfde, worden dan beantwoord. Ook eventuele fouten in de software zullen er dan worden uitgehaald. Echter, voordat het team van ABWM de Twister daadwerkelijk gaat testen, worden eerst de procedures in kaart gebracht. Daarnaast treffen ze alle mogelijke veiligheidsmaatregelen om risico’s tot een mini­mum te beperken.

Meten is weten
“Om te voorko­men dat afgevuurde kogels over de in een bunker geplaatste kogelvanger vliegen, begrenzen we de ‘azimuth’ en ‘elevatie’,” vertelt ingenieur Albert Bouma, projectleider sectie analyse en onderdeel van de werkgroep Armament, Observation & Laser van de Boxer. “Daarvoor brengen we op het affuit enkele roodgekleurde begrenzers aan. Deze aanslagen verkleinen de sector waarin het wapen kan vuren. Voor dit specifieke project hebben wij meerdere exempla­ren van de .50 beschikbaar. Dat is vooral om eventuele afwij­kingen bij slechts één exemplaar uit te sluiten. Hiervan brengen wij eerst de karakte­ristieken zoals onder andere mondings- en vuursnelheid gedetailleerd in kaart. Deze gegevens stellen ons in staat om een vergelijking van de wapens onderling te maken nadat het op de affuit is gemonteerd. Daarnaast om invloed van de schutter uit te sluiten nemen er meer­dere schutters, van zowel het ABWM als het  Opleidings- en Trainings­centrum Manoeuvre  (OTCMan) om beurten achter de bedieningselementen plaats.

Het daadwerkelijke schieten vindt plaats over al de vier assen van het voertuig. Hier­voor wordt het voertuig telkens met een van de flanken richting doel gemanoeuvreerd om meerdere series te schieten. Zo een serie varieert van tien maal enkel schots tot een riedel van twintig schoten. Om eventuele afwijkingen in de constructie van het affuit vast te stellen wordt daarnaast het wapensysteem onder een helling over de vier flanken van de Boxer getest. Hierbij is vooral de stabi­liteit en stugheid ervan een belangrijke factor. Een ondeugdelijke, te slappe ophan­ging kan naast het veroorzaken van richtfouten ook bij automatisch vuren de cadans van de schoten beïn­vloeden, waardoor cruciale storingen kun­nen optreden. Om die te bepalen, zijn meetgegevens van groot be­lang. Daarom worden zowel de affuit als ook het doel tijdens het afvu­ren nauwgezet op video vastge­legd.

Optiek
Onafhankelijk van de warmtebeeld camera en Optisch dagvizier heeft de commandant een helderheidsverster­ker-systeem tot zijn beschikking. Hiermee kan hij nagenoeg 360 graden rondom waarnemen. Echter, doordat deze niet met elkaar verbonden zijn kan de commandant geen geïdentificeerde doelen overdragen aan de schutter. Hierdoor is er geen sprake van een zogenaamde ‘Hunter Killer’ mogelijkheid in het systeem. “Naast de affuit worden ook al deze richt- en zichtmiddelen door de mangel gehaald en eveneens op hun prestaties onderzocht,” vervolgt Bouma. “Hierbij gaat het dan vooral op welke af­standen zijn doelen nog te identificeren en wanneer treedt er degra­datie van de resolutie op. Normaal gesproken moet identificatie in operationele omstandigheden tot op zo’n 1600 meter geen enkel probleem vormen. Echter bij grote temperatuurverschillen kunnen mogelijkerwijs de kijkhoek en resolutie behoorlijk beïnvloed worden, waardoor eventueel uitlijnfouten bij de richtmiddelen kunnen optreden. Om dit nader te kunnen onderzoeken beschikt de ABWM over een eigen klimaatkamer met daarop aansluitend een 300 meter lange meettunnel. In deze ruimte kunnen wij de temperatuur af­koelen tot arctische omstandigheden van dertig graden onder nul en net zo makkelijk weer opwarmen tot tropische waarden van veertig graden boven nul. Maar om die waarde zowel van binnen als buiten het voertuig te bereiken, moet de gigantische klomp staal meerdere dagen achtereen in deze ruimte verblijven. Bij de helderheidsversterker en warmtebeeld camera kijken we onder meer naar het vermogen om details te onderscheiden. Bij het affuit richten wij ons meer op de veiligheid en de richtnauwkeurigheid.”

De ABWM is niet de enige autoriteit die de beproevingen van de Boxer voor haar rekening neemt. Zo neemt het kenniscentrum van het OTCMan de zogenaamde ‘Ergonomy & Stowage’ verificatie voor hun rekening. Hiervoor hebben ze hetzelfde voertuig dat in Oldenbroek staat tussentijds de hei mee opgenomen. Gedurende twee weken hebben zij de Boxer onder meer operationele omstandigheden in Bergen-Hohne (Duitsland) tot in den treuren beproefd. Daarnaast ligt de verificatie van de richt- en zichtmiddelen op het bord van de Divisie Special Products Optronica van het Marinebedrijf.

PWV in de mist: Voor noodsituaties, is er naast de primaire bewapening, een 66mm rookbus lanceerinstallatie op de Boxer gemonteerd. Dit stelt de bemanning in staat om desgewenst in rap tempo maximaal twaalf rookbussen afwerpen om zich in de dikke mist daarvan gedekt terug te trekken. Bij dit defensieve uitrustingstuk kijken ze bij ABWM vooral naar de dekkings­graad van de rook en het verspreidingspatroon ervan. Maar ook in welke richting en hoe ver de rookbussen van het voertuig terecht komen. Er is nog geen beslissing genomen of dit in de toekomst de huidige standaard- of de nieuw op de markt verkrijgbare ‘Multi-Spectrale’ rookbussen zal gaan worden.

Inventariseren en kiezen 
De Boxer is één van de kandidaten om de toekomstige behoefte aan een 8 x 8 aangedreven PWV binnen de KL in te vullen. Of deze kolos het hem uiteindelijk ook gaat worden is vooralsnog onzeker. Doordat de order portefeuille bij Artec alleen maar af-, in plaats van toeneemt, is een drastische verhoging van de stuksprijs bijna onafwendbaar. Vorig jaar – nadat de Engelsen in navolging van de Fransen definitief uit het Boxer project zijn gestapt – leek het project een tot op sterven na dood gedoemd scenario te gaan volgen. Gelijktijdig is een moeizaam traject van besprekingen en onderhandelingen gestart met als doel overeenstemming te bereiken over alsnog bilaterale voortzetting van het project door Duitsland en Nederland. Het uitgangspunt voor Nederland hierbij was dat dit vertrek vooral niet ging leiden tot meerkosten voor de ontwikkelingsfase en/of vertraging van het project.

Uiteindelijk hebben OCCAR (Organisation Conjoint de Coopération en matière d´Armament), handelend namens beide overheden, en Artec, de in München gevestigde industriële hoofdaannemer voor het Boxer Consortium, afgelopen november hierover een contract ondertekend. Hierin is vastgelegd dat uiterlijk in september 2005 een nieuwe serieprijs wordt aangeboden. Aan de hand daarvan vliegt de kogel door de kerk en zal Defensie de keuze maken tussen de Boxer of een alternatief PWV.

Het aandeel in de ontwikkeling en even­tuele productie, is tegelijkertijd voor de Nederlandse industrie, door de Engelse aderlating, in het project flink toegenomen. Naar verwachting wordt de ontwikkeling in de loop van 2006 afgesloten.

Het Boxer Consortium bestaat nu uit, Krauss-Maffei Wegmann, Rheinmetall Landsysteme (beide uit Duitsland) en het Nederlandse Stork PWV. De laatste ontwikkelt voor de KL, in nauwe samenwerking met circa 30 Nederlandse bedrijven, naast de BDR uitvoering nog‘Mission Modules’ in een Ambulance -, een Commando Post- en een Transport uitvoering.

Met betrekking tot de inventarisatie van de mogelijke alternatieven is een “Request For Information” aan zes leveranciers gestuurd. Daarnaast zal met BAE systems ‘Land Systems Hägglunds’ als leverancier van de CV9035, het nieuwe Infanteriegevechtsvoertuig (IGV) van de KL, worden onderzocht of familievorming tussen het IGV en het PWV mogelijk en haalbaar is. Dat wil zeggen dat wordt gekeken of een gedeelte van de PWV behoefte ook met van het IGV afgeleide rupsvoertuigtypen kan worden ingevuld.

In alle gevallen rest overigens – volgens Defensie – voldoende tijd om levering van de nieuwe PWV volgens de huidige planning vanaf 2009 mogelijk te maken.

Trendsetter: Helaas kon de ABWM voor de deadline van deze uitgave nog geen concrete resultaten van de reeds gedane beproevingen melden. Deze moeten eerst aan de opdrachtgever (KL) worden gerapporteerd. Echter, rooksignalen weten te melden dat de Twister zich kranig weet te weren tijdens de beproevingen. Bijvoorbeeld de vele problemen die zich klaarblijkelijk voordeden met het affuit op de Fennek blijven bij het ontwerp van Hollandse bodem achterwege. Vooralsnog is de KL de enigste klant voor de Twister. Onze Oosterburen hebben – zoals gewoonlijk – gekozen voor een in Duitsland ontworpen en geproduceerd wapenstation. Het Nederlandse ontwerp is daar eenvoudig buitenspel gezet doordat de Duitsers niet zulke hoge eisen voor het wapenstation op tafel hebben gelegd.

Het ontwerp van Thales is in dat opzicht alles behalve éénkennig te noemen. Naast de Boxer past het wapenstation – met minimale aanpassingen aan de interface – als gegoten in elk ander platform dat als alternatief voor de Boxer om de gunsten van de KL gaat strijden. Voor wat betreft de wapenkeuze, van hetzelfde laken een pak. De affuit is in een handomdraai geschikt te maken voor een 7,62mm mitrailleur of een 40mm granaatwerper. De Thales Business Group ’Land and Joint Systems’, dat de marketing voor de Twister voert, heeft hiermee misschien wel een ijzersterke troef in handen. Thales is in Nederland geen onbekende bij Defensie. Het bedrijf heeft zijn sporen in de Marinesector verdiend en speelt al jaren een vooraanstaande rol voor de KL met betrekking tot de ontwikkeling en levering van nachtzichtapparatuur. Nu heeft het op landmacht gebied ook haar visitekaartje op systeemniveau afgegeven. De KL kan, als eventuele trendsetter, met dit wapenstation in ieder geval wervelend voor de dag komen.

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.