Verbindingen, de levensader van elke krijgsmacht door de eeuwen heen. De militaire acties die door het falen van de communicatie zijn verloren, zijn legio. De geschiedenisboeken staan er vol mee. De ordonnans die de orders mondeling of schriftelijk persoonlijk overbracht is grotendeels achterhaald door de moderne informatie- en communicatie-systemen (ICT) van nu. Onlangs heeft staatssecretaris van Defensie Van Hoof het groene licht gegeven voor een megaproject dat gebruik gaat maken van de allerlaatste ICT technologieën. Het project luistert naar de fraaie naam TITAAN. Deze afkorting staat voor Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network, een naam overigens die de lading perfect dekt. DDP zocht het uit, sprak met projectofficier kolonel Ent en voor u ligt op ‘ouderwets’ papier het resultaat.

 Voorloper: Het huidige verbindingssysteem van de landmacht stamt nog uit de koude oorlog. ZODIAC was ontworpen voor de bondgenootschappelijke verdedigingstaak en zodoende niet flexibel genoeg voor het ruime scala aan taken van de heden ten daagse Koninklijke landmacht. Zo is het niet mogelijk om met ZODIAC datacommunicatie te versturen, grote hoogteverschillen en flinke afstanden te overbruggen. Zodoende is het niet mogelijk uitgezonden eenheden naar bijvoorbeeld de Balkan te ondersteunen. Voor deze eenheden werden al enige tijd civiele verbindingsmiddelen verworven. Deze apparatuur sluit niet altijd naadloos aan op de andere, reeds in gebruik zijnde, middelen. Ook moeten de gebruikers steeds opnieuw worden opgeleid.

In 1997 werd er om die redenen de beslissing genomen dat ZODIAC toe was aan een Midlife Upgrade om het weer in de pas te laten lopen met de huidige taken van de KL. Als ergens de ontwikkelingen hard gaan is het op het gebied van telecommunicatie en informatietechnologie. Dat is binnen de KL niet onopgemerkt gebleven en daarom werd afgezien van het oppeppen van het oude systeem en komt er een van de grond af ontworpen systeem, het voornoemde TITAAN. Voor het project wordt 113 miljoen euro uitgetrokken.

Voor de verbindelaar in hart en nieren als kolonel Ent is TITAAN het summum op communicatiegebied. “De oprichting van de verbindingsbataljons zes jaar geleden is niet alleen zinvol voor de eenheid maar ook voor het wapen der verbindingsdienst. Zo houden we voeling met de praktijk. Maar hoe maken we het vak aantrekkelijk? Dat moeten we doen met het modernste materieel, moderne opleidingen, overheidsconforme betaling en de mogelijkheid iets unieks mee te maken bij de KL.”

Voor de ICT technologie is defensie een trendvolger. Dat wil zeggen dat er niet zelf ontwikkeld wordt, maar beschikbare technologie wordt gekocht en gebruikt. Het materieel wordt dus continue vernieuwd en verbeterd. Zo kan het dus gaan gebeuren dat het laatste uit te rusten bataljon andere apparatuur krijgt dan het eerste. Een hele verandering als het oude systeem van ontwikkeling, testen en aanschaf voor meerjarig gebruik in ogenschouw wordt genomen.

Netwerken: TITAAN is niet een systeem maar een web van netwerken van systemen die voor het grootste deel uit de civiele markt (COTS=Commercial Of The Shelve) komen. Speciaal voor militair gebruik ontwikkelde apparatuur zal alleen daar worden ingezet waar COTS absoluut niet mogelijk is. Waarbij moet worden opgemerkt dat COTS geenszins minderwaardige apparatuur is. Civiele apparatuur wordt in grotere hoeveelheden gemaakt en ontworpen voor het gebruik in een wat minder ruige omgeving. Het hoeft dan ook niet aan alle hogere eisen voor operationeel gebruik te voldoen en is daarom goedkoper. Daar waar dat wel noodzakelijk is zullen dan ook specifiek militaire middelen worden aangekocht. De civiele spullen zijn niet alleen relatief goedkoper, ze zijn ook gemakkelijker te vervangen bij defecten en nieuwe ontwikkelingen.

De basis van TITAAN vormen de verschillende Local Area Networks (LAN), dat hier Basis Module (BAM) worden genoemd. Ze komen bij de staven van bataljon en zelfstandige compagnieën tot legercorps. Een BAM bestaat uit de gebruikers, randapparatuur en systeem apparatuur als servers en routers. De LAN’s worden samengesmeed tot een groot intranet dat in staat is grote hoeveelheden spraak-, data- en videoverkeer te verwerken met de ‘Voice over Internet Protocol’ methode. Afhankelijk van de situatie worden lijn- en radioverbindingen, straalzenders en satellietschotels gebruikt om de noodzakelijke verbindingen over grote afstanden tot stand te brengen. Deze Wide Area Networks (WAN) zijn ondergebracht bij de CIS-bataljons.

Een BAM bestaat uit een server-voertuig en een helpdesk-voertuig, beide viertonners met shelter (voor 11 Luchtmobiele brigade gaat het hele spul in een tweetal Mercedes-Benz 290’s) en elk een generator. Deze worden aan andere BAM’s gekoppeld door LAN-boxen en routers. “Iedereen kent de chaos van kabels die met computers en randapparatuur gepaard gaat. We hebben daarom gekozen voor een Single Cable concept. Vanuit elk voertuig gaat er slecht een glasvezelkabel naar de LAN-box en vandaar naar de router en andere BAM’s. Voor de mobiele commandoposten willen we graag een draadloos netwerk. Helaas is dat nog niet leverbaar. We wachten dus nog maar even af tot de technologie beschikbaar komt”, aldus Ent. De huidige draadloze systemen gebruiken infrarood voor de communicatie maar dat is erg gevoelig voor temperatuurschommelingen en weersinvloeden. Het is dus simpelweg niet betrouwbaar genoeg om, buiten technische storingen om, altijd te werken.

Dat een groot netwerk moeilijk te beveiligen is, mag duidelijk zijn. Hackers zullen altijd proberen in te breken. Ook ongeautoriseerd gebruik van het netwerk en het inloggen op de code van een ander kunne voor de nodige problemen zorgen. Kolonel Ent: “We moeten een balans vinden tussen functionaliteit, een beheersbaar netwerk voor de beheerder en de beveiliging. Als we de beveiliging optimaal maken wordt het een zeer gebruikersonvriendelijk systeem. Maar nieuwe technologieën creëren andere mogelijkheden”. 

Personeel: De enorme veranderingen die TITAAN met zich mee brengen zullen ook op personeelsgebied niet ongemerkt voorbij gaan. Uitbreiding is niet aan de orde maar de invoering zal wel gepaard gaan met flinke verschuivingen. In totaal gaat het om 1700 functies. Een deel van het verbindingspersoneel blijft werkzaam binnen de twee C2-ondersteunende bataljons van het Command Support Brigade. Een groot deel zal echter ‘lager’ in de organisatie worden ingezet, bij de nieuw te vormen C2 Ondersteunende Elementen (C2=Command and Control) bij alle manoeuvrebataljons. Dit betekent dat er per bataljon tien functies bijkomen (totaal voor een brigade ongeveer 250 functies), die voorheen bij de opgeheven verbindingseenheden waren ingedeeld. Deze worden verantwoordelijk voor het opzetten van netwerken in het veld. Daarnaast moeten deze verbindelaars verstand hebben van alle andere communicatie systemen die aan TITAAN gehangen worden zoals ISIS en BMS. Volgens Ent is de tijd dat de verbindelaar de bediener was van een radio verleden tijd. “Ook al is dat de laatste tien jaar al niet meer het geval, het is wel het klassieke beeld dat heerst. Tegenwoordig zijn het de groene ICT’ers van defensie.”

Hebben ze de randapparatuur zoals printers en scanners in eigen beheer, de dure communicatiemiddelen blijven bij de verbindingsbataljons. Pas als die nodig zijn bij een oefening of uitzending worden die, met het bijbehorende personeel, aan de eenheid opgehangen. Ent: “Om elk bataljon een sattelietschotel te geven is erg duur. Ze hebben nu wel een eigen netwerk dat bij een uitzending of voor een oefening wordt uitgebreid met een WAN-module uit de pool van het verbindingbataljon, eventueel met satcom.”

Hier komt de enorme flexibiliteit tot zijn recht. Elk van de drie verbindingsbataljons heeft drie transmissiecompagnieën en een logistieke compagnie. Elke transmissiecompagnie bestaat weer uit twee transmissiepelotons met personeel dat alle in gebruik zijnde middelen kan bedienen. Daarnaast is er een CIS-peloton (Commando, InformatieSystemen) die specifieke ondersteuning biedt op het gebied van commando- en informatievoorziening. Dit peloton heeft een aantal extra BAM’s om eenheden die zelf niet over de juiste apparatuur beschikken, op TITAAN aan te sluiten. Dat kunnen eigen eenheden maar bijvoorbeeld ook buitenlandse eenheden zijn. Een ander belangrijk stukje uitrusting van het CIS-peloton is een Dedicated Interface-installatie. Hiermee kunnen koppelingen met verschillende civiele en militaire installaties worden gemaakt. Als laatste krijgt het in de toekomst ook de beschikking over een mobiel telefoonsysteem.

Het overkoepelende orgaan voor dit alles wordt het CIS-Control Center in Stroe/Garderen met tachtig tot negentig functies. Deze grote broer van de C2 Ondersteunende Elementen zal als zodanig beschikbaar zijn. Het centrale beheer van de WAN’s komt bij het Center te liggen evenals de helpdesk. Volgens kolonel Ent stuit deze constructie op wat weerstand binnen de manoeuvre-eenheden. “Het moet duidelijk zijn dat de commandant van een eenheid nog steeds de prioriteiten stelt en de ingezette middelen onder bevel heeft. Voor het optimaal functioneren van de WAN’s en de Satcom middelen is het CIS-CC verantwoordelijk. Dat deze eenheid ver weg zit kan het een gevoel van onbehagen geven. Ze zitten nu eenmaal niet naast de deur. Om die reden kan de S3 van het verbindingbataljon met een clubje met de eenheid mee in een mobiele operatie. Ter plekke is er dan expertise aanwezig.”

Voor de ondersteuning van de hoogste staven worden er drie CIS-bataljons opgericht. Zo zal 101 Verbindingsdienstbataljon (Vbdbat) (500 militairen) steun gaan verlenen aan de vredesoperaties van de KL en 1 Divisie ‘7 December’. 11 Vbdbat (350 militairen) gaat hetzelfde doen voor de Multinational Division-Central (Airmobile). Het High Readiness Force (Land) Headquarters (staf 1 GE/NL Corps) krijgt ook een eigen CIS-bataljon. Tweehonderdenvijftig Nederlandse militairen zullen naast honderdenvijftig Duitse verbindelaren hun werk doen. De laatste twee krijgen het meest te maken met ‘vreemde’ eenheden die aan TITAAN gekoppeld moeten worden. Zij zullen dan ook meer BAM’s in de organisatie bezitten dan hun broertje van 101 Vbdbat.

TITAAN komt niets te laat. Gelijktijdig met dit project lopen nog andere ICT projecten binnen de KL. In het vorige nummer van Armex is al uitgebreid stilgestaan bij ISIS en BMS. Ook zal AFSIS (Artillery Fire Support Information System) als uitbreiding van het nu al in gebruik zijnde VUIST (Vuursteun Informatie Systeem) in gebruik worden genomen. Al deze systemen maken volledig gebruik van TITAAN om de juiste informatie op de juiste plaats te krijgen.

De invoering van TITAAN zal niet ongemerkt voorbij gaan. Als middel om informatie snel en zeker daar te krijgen waar het nodig is, kent het zijn weerga niet. Binnen de landstrijdkrachten van de NAVO is er nog geen vergelijkbaar systeem in de lucht. Als alle ICT systemen in alle lagen zijn ingevoerd zijn de KL en de THG echt klaar voor het ‘digitale gevechtsveld’.

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.