In september 2002 is in Duitsland de weg vrijgemaakt voor de ontwikkeling van de Puma. Dit is een compleet nieuw Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV). Al is de kop van dit ambitieuze project er nog maar net af, onze oosterburen zijn zeker van hun zaak. De Puma is dé ideale opvolger van hun, op leeftijd geraakte, Marder 1 A3. Ook Nederland richt haar pijlen, onder andere, op deze Puma. Vooral gelet op de nauwe samenwerking met Duitsland (o.a. het gezamenlijke legerkorps) en andere pragmatische redenen is het logisch dat dit project wordt gevolgd. De KL is immers nog steeds ijverig op zoek naar een nieuw IGV voor haar pantserinfanteristen.

Het ontwikkelen, in tijden van wereldwijde bezuinigingen op defensie, van een compleet nieuw IGV is zeldzaam. Niet in Duitsland. Daar hebben twee Europese giganten in de defensie-industrie de krachten gebundeld om het fundament te leggen voor een nieuwe generatie van IGV’en voor de Duitse HEER. Rheinmetall Landsystemen (RLS) en Krauss-Maffei Wegmann (KMW) hebben hiervoor de gezamenlijke onderneming PSM (Projekt System & Management) in Kassel opgericht. RLS is hierin verantwoordelijk voor het onderstel, terwijl KMW de toren voor haar rekening neemt. PSM is echter de autoriteit voor wat betreft het ontwerp, de ontwikkeling, productie en verkoop van de Puma. Nu al is dit project één van de belangrijkste en grootste materieelprojecten binnen het Duitse leger voor de komende jaren. De eerste van vijf prototypes (Complete System Demonstrator) zal eind 2005 voor veldbeproevingen aan de Bundeswehr worden afgeleverd. In 2006 start de preproductie van 20 stuks. Vanaf 2009 t/m 2016 zullen 390 stuks uit de serieproductie aan de Duitse HEER afgeleverd worden.

Eisen: Van een leien dakje verliep het in aanvang van de ontwikkelingsfase allerminst. De hordes die overwonnen zijn waren soms net zo uiteenlopend als het vinden van een geschikte naam. Passeerde eerst MMWS ‘Panther’ en ‘Igel’ de revue, uiteindelijk is het Puma geworden. Daarnaast werd in het begin de Duitse defensie-industrie een tekort aan innovatieve capaciteit verweten. De eisen die door de Bundeswehr op tafel werden gelegd logen er dan ook niet om. Nog niet eerder is er een IGV ontwikkeld met als leidraad de wensen en eisen van de mensen die er mee moeten gaan werken. “De lat is dan ook extreem hoog gelegd,” zegt Kolonel Erich Lang, hoofd sectie pantservoertuigen bij het Duitse Ministerie van Defensie. “In feite komen ze overeen met de eisen die Nederland aan een toekomstig IGV stelt. Naast algemene zijn ook specifieke eisen geformuleerd op het gebied van transporteerbaarheid, bescherming, mobiliteit, betrouwbaarheid, vuurkracht en een geïntegreerd commandovoerings-, waarnemings- en vuurleidingssysteem. Vooral de eis in het kader van luchttransporteerbaarheid brengt met zich mee dat het basisvoertuig niet meer mag wegen dan 32 ton. Deze limiet heeft alles te maken met het feit dat de Puma door het toekomstige Airbus A400M transportvliegtuig vervoerd moet kunnen worden.”

Bescherming: Dit heeft geleid tot het ontwerpen van een lichtgewicht romp dat nog steeds de hoogst mogelijke graad van bescherming biedt. “Dit is de reden waarom er twee verschillende niveaus van ballistische bescherming voor de Puma zijn ontwikkeld,” zegt Lang. “Een basisversie met het beschermingsniveau A, waarbij het (door de lucht te transporteren) gewicht 31,45 ton bedraagt. In deze configuratie kan de Puma zonder enige beperkingen overal ingezet worden in de lagere tot middelste gedeeltes van het geweldsspectrum. Zoals vredesbewarende en –handhavende missies. Sterker nog, het biedt een dermate hoge geïntegreerde bescherming die door geen enkel ander IGV ter wereld in deze gewichtsklasse kan worden geboden. Zo biedt het bescherming tegen alle denkbare mijnen die tot 10 kg aan explosieven bevatten. Zelfs tot onder een hoek van twintig graden verschoten kinetische 30 mm munitie of een RPG-7 granaat komt er frontaal niet doorheen. De zij- en achterkant zijn daarnaast opgewassen tegen 14,5 mm pantserdoorborende munitie en scherfwerking afkomstig van artillerie- en mortiergranaten. De meeste bescherming, tot in het hoogste gedeelte van het geweldsspectrum, biedt niveau C. Hiervoor wordt het voertuig voorzien van extra modulaire add-on ballistische pantserpakketten Op deze manier is het voertuig rondom tegen RPG 7 en 30  mm pantserdoorborende munitie bestand terwijl men van bovenaf gedekt is tegen kleine explosieven, zogenaamde bomblets. De Puma komt dan tegemoet aan de meest strengste eisen voor wat betreft de bescherming van de bemanning. Het totale gevechtsgewicht bedraagt dan 41 ton met een doorgroeipotentieel naar ruim 43 ton. Deze add-on pantserpakketten worden apart getransporteerd. Eenmaal in het theater van operaties aangekomen kunnen ze in korte tijd in het veld worden gemonteerd. Door het modulaire ontwerp is het in de toekomst mogelijk om deze modules eenvoudig door nieuw ontwikkelde technologieën te vervangen.”

Bewapening: Als boordwapen is gekozen voor het nieuwe volledig gestabiliseerde – door Mauser Waffensysteme (nu Rheinmetall Waffe Munition) doorontwikkelde – MK 30-2/ABM 30mm machinekanon. Dit wapen koppelt een grote reikwijdte, lange levensduur, hoge betrouwbaarheid en hoge vuursnelheid (200/min) aan een hoge doeltreffende nauwkeurigheid. “Dankzij deze eigenschappen en de doorslagkracht en effectiviteit van twee nieuwe soorten 30 mm x 173mm munitie kunnen wij een breed scala aan doelen, nu en in de toekomst effectief bestrijden,” zegt Lang. “Deze munitie wordt ontwikkelt en geproduceerd door het Duits-Zwitserse Oerlikon Contraves Pyrotec (eveneens een dochteronderneming van Rheinmetall DeTec AG). Als eerste de pantserdoorborende (PMC287 APFSDS-T) patroon voor het bestrijden van gepantserde IGV’en en lichte tanks. Tijdens tests werd de bepantsering van een type M-60 tank op een afstand van 1500 meter met gemak doorboord, zelfs onder een hoek van 60 graden. Ten tweede is er voor “Air Burst Munition/Kinetic Energy Time Fuze” (ABM/KETF) patronen gekozen. Deze is gebaseerd op het door de NAVO gekwalificeerde “AHEAD” technologie. Elke ABM patroon is voorzien van een via inductie programeerbare ontsteking. Deze wordt bij het verlaten van de loop, door een elektronische tempeer module, gevoed met data afkomstig van de geavanceerd ballistische vuurregel computer. Hierdoor wordt bepaald op welke afstand van het doel de vernietigende lading van 162 uit wolfraam bestaande fragmenten detoneert om zodoende een optimale splinterwerking richting doel te verkrijgen. Deze ABM/KETF munitie geeft de pantserinfanterie een bestrijdingsmogelijkheid die het nog niet eerder gehad heeft. Te denken valt aan harde veldversterkingen en antitank opstellingen. Maar ook aan dreiging vanuit de lucht zoals (gevechts) helikopters en onbemande vliegtuigen (UAV). Ook kunnen IGV’en en tanks door de splinterwerking van deze ABM al op grote afstand van hun waarnemingsmiddelen worden beroofd. De schutter kan, al naargelang het soort doel, een flexibele munitiekeuze maken. Dit is mogelijk doordat het kanon via twee patroongordels, in een verhouding van 120/80 patronen van elk, wordt gevoed. Deze en de reservevoorraad van 200 stuks, zijn veilig gescheiden van de bemanning door middel van ballistische tussenschotten. Daarnaast beschikt de Puma over een coax machinegeweer. Verder is er de mogelijkheid om de Puma met een geleid antitank raketsysteem uit te rusten. Hierdoor kan men ook zwaarbepantserde gevechtstanks op een afstand van ver voorbij de 2500 meter aangrijpen. Een door EADS ontwikkeld systeem, dat bekend staat als “Stand Off Protection System” moet de Puma een uitvoerige rondom bescherming bieden. Deze laser waarschuwingssensors kunnen onder meer inkomende geleide antitank projectielen detecteren en onderscheppen met behulp van onder andere “Softkill infrarode decoys”. 

Hunter-Killer: De Puma is het eerste type IGV dat een onbemande en een geheel automatisch bestuurbare toren heeft. Hierdoor kan men de toren veel compacter en lichter maken. Daardoor zijn de commandant en schutter achter twee afzonderlijke, maar naast elkaar gezeten, identieke werkstations in het gevechtscompartiment verhuist. Een arsenaal aan gestabiliseerde optische systemen vormen de arendsogen van de Puma. Deze zijn door Zeiss Optronic (ZEO) op innovatieve wijze ontwikkeld en geïntegreerd via gebundelde glazvezel- en licht technologie. Waarnemingsmiddelen, doel sensoren, laser afstandsmeter, derde generatie warmtebeeld apparatuur alsmede ingebouwde hoge resolutie CCD daglicht camera’s maken daar deel van uit. Detail is dat het Nederlandse bedrijf  Nedinsco uit Venlo hierbij een flinke vinger in de pap heeft. Zo ontwikkelt het gezamenlijk met ZEO en produceert het voor ZEO, het gestabiliseerde WAO platform (Gunner Sight). Het ontwikkelt hiervoor een zogenaamd ‘ruggedized’ daglicht CCD- Zoom Camera (11x zoom), genaamd MZ3. Ook richt het zich in deze gezamenlijke ontwikkeling op de “mechanische structuur” van dit platform. Ten tweede de ‘Overview Periscope’ (Panoramic commander sight). Hiervoor worden twee types CCD camera’s ontwikkelt, te weten de CCD camera panoramic en de CCD camera display direct view. Tevens produceert Nedinsco, voor de eerste prototypes, de mechanische delen van de “Oculairbehuizing”. Deze geïntegreerde sensor-, verbindings- en informatieverwerkingssystemen maken het mogelijk om snel en onder alle omstandigheden doelen te onderkennen en te bestrijden, informatie te verwerken en uit te wisselen. Doelen kunnen, tot ver voorbij de 2500 meter, haarzuiver en effectief op de korrel worden genomen. Doordat commandant en schutter elk over hun eigen optische middelen beschikken ontstaat er een “Hunter-Killer” capaciteit. Terwijl de één een doel bestrijdt is de ander al weer op zoek naar de volgende. Een technisch nieuwtje is de mogelijkheid om met deze optische middelen rondom onder een hoek van 10 graden naar beneden en onder een hoek van 45 graden naar boven waar te nemen. Tijdens optreden in verstedelijkt gebied is dit van levensbelang.

Het veelvuldig toepassen van ultramoderne elektronica en digitalisering van al deze systemen maken het gebruik van betrekkelijk grote displays mogelijk. Deze schermen, die alle relevante data en beelden in een hoge resolutie voorschotelen, hebben niets meer gemeenschappelijks met de conventionele oculairs die we tot nu toe gewend zijn. Bovendien is de Puma uitgerust met vele andere geavanceerde snufjes die het op toekomstige integratie van data-links en netwerken voorbereiden.

Ruim: Een door MTU, speciaal voor de Puma, ontworpen 4de generatie 10 cilinder  (MT892, High Power Density) dieselmotor zorgt voor de aandrijving. Deze ultra compacte, zuinige en onderhoudsarme krachtbron, levert een maximaal vermogen van 800 kW/1088 pk. Deze geeft het versnellen van het operationele tempo een nieuwe betekenis. In alle soorten terrein kan het de Leopard 2 A6 met gemak bijbenen. Qua acceleratie en mate van wendbaarheid, tijdens gevechtsacties zoals duelsituaties met vijandelijke voertuigen en operaties in stedelijk gebied, geeft hij hem zelfs het nakijken. Het hydropneumatisch geveerde loopwerk met elastische elementen is ontkoppeld van het chassis. Dit revolutionaire concept zorgt ervoor dat geluid en vibratie, binnen in het gevechtscompartiment, tot een minimum wordt gereduceerd. De motorruimte is uitgerust met een automatisch brandblussysteem. Daarnaast kan men met een druk op de knop het BITE (Build-In Test Equipment) systeem uitlezen waaraan het in geval van storing aan mankeert.

De tegen NBC-middelen beschermde en van airconditioning voorziene Puma is ergonomische ruim van binnen. Het biedt voldoende plaats om een commandant (tevens commandant infanteriegroep), schutter, chauffeur en een infanteriegroep (zes gevechtssoldaten) inclusief alle persoonlijke- en groepsuitrusting gezeten op schok absorberende crashzetels op comfortabele wijze te vervoeren. Door middel van camerasystemen en direct zicht heeft de infanteriegroep binnen, in het kader van “Situational Awareness”, rondom zicht op wat er zich buiten afspeelt. Het gevechtscompartiment is daarnaast voorzien van een brand- en explosie onderdrukkingssysteem.

Wie van de drie: Nederland heeft tot nu toe, in tegenstelling tot de rest van de wereld, als enigste een ander kaliber boordwapen op haar verlanglijstje staan. In plaats van een (inmiddels internationaal tot standaard verheven) 30 mm kaliber opteert het voor een 35 mm kaliber. Dit besluit is genomen tijdens de voorstudie eind jaren negentig. TNO deed toen een onderzoek naar de keuze van het boordwapenkaliber. Deze constateerde dat 30 mm kaliber (vooral qua reikwijdte) niet aan alle eisen voldeed. Echter, ontwikkelingen sindsdien op het gebied van 30 mm kaliber hebben deze conclusie achterhaald. Op vragen hierover in het parlement geeft de staatssecretaris van defensie toe dat de integratie van een 35 mm kanon met aanvoermechanisme van munitie als technisch risico wordt onderkend. Het extra gewicht, de veel geringere munitievoorraad en hogere kosten worden hierbij niet genoemd. De financiële en technische haalbaarheid van de integratie in een bestaand voertuig verdient dus nog nadere studie. De Engels/Zweedse firma Alvis Hägglunds heeft tijdens Eurosatory 2004 de CV90/35 Mk III – uitgerust met een 35/50mm Bushmaster III kanon – voor het eerst aan het publiek getoond. Ook het Oostenrijkse Steyr Daimler Puch, dat de Ulan aanbiedt komt met hetzelfde kanon op de proppen. Echter, wanneer beide fabrikanten alle technische en ergonomische wijzigingen die Nederland wenst gaat doorvoeren zal er nog veel aan de voertuigen versleuteld moeten worden. Dit brengt afgezien van lange vertragingen, vooral hoge kosten met zich mee. Een woordvoerder van Steyr Daimler Puch zegt resoluut dat de kosten voor de Ulan hierdoor zeker met 30 tot 50 % zullen stijgen. Daarnaast moet je beseffen dat het basisontwerp van beide voertuigen waarop wordt voortgeborduurd al twintig jaar oud is. Nederlandse pantserinfanteristen wachten in ieder geval in spanning af wie van de drie het gaat worden. Naar verwachting valt die beslissing nog dit jaar.

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.