Een impressie van patrouillebasis MirwaisAssignment

Een impressie van patrouillebasis Mirwais

C090419_LvW_040_thumb[2]

Op patrouillebasis (PB) Mirwais wappert nu dus prominent en fier, voor een periode van ruim vier maanden, de vlag van de Charlie ‘Nudae’ compagnie van 12 Infanteriebataljon (Air Assault) Regiment Van Heutsz. Deze met rode baret getooide militairen staan beter bekend als de “Red Devils” en vormen nu het Alpha-team van Battle Group-9.

Een deel van de “Red Devils”, twee pelotons aangevuld met enablers, voeren van hier patrouilles uit en houden de omgeving in de gaten. Daarnaast is er een PRT (provinciaal reconstructie team) missieteam aanwezig dat probeert te werken aan verschillende projecten die ten goede moeten komen aan de lokale bevolking.

In de afgelopen weken zijn deze luchtmobiele krijgers in meerdere etappes Afghanistan ingeroteerd. Je kunt duidelijk zien dat deze nieuwe club er zin in heeft. Je hoort goede voornemens uitgewisseld worden, je hoort ook de wilde plannen en de eigen ideeën die doorklinken in het hoogste woord. En dat is juist goed. Met nieuwe mensen komt er ook nieuwe energie en elan. Nieuw initiatief. Eens in de vier maanden een frisse blik, nieuwe scherpte, voorkomt routine en gemakzucht. Twee valkuilen waar ze hier, gezien de omstandigheden buiten, uit moeten zien te blijven.

Al vlot na de HoTo (Hand over Take over) is eenheid 1.2 verkast met al haar materiaal naar Mirwais. Tijdens de HoTo wordt bijna letterlijk alles overgenomen van de voorgangers. Dat betekent dat ze op kamp Holland bezig zijn geweest met overgeven en overnemen van materiaal, kennis en ervaringen. Iets wat overigens heel snel en prettig ging. De voorgangers waren praktisch familie. Ook zij zijn namelijk afkomstig van 12 Infanteriebataljon (AASLT) RVH. Ze hebben dan ook vooral vanwege het goede contact met elkaar gedurende de algehele voorbereiding aan een half woord genoeg om tot zaken te komen.

Bijna twee jaar geleden was de Taliban hier nog de baas. Hier, en in de iets verder gelegen Baluchi-vallei, bereidden ze hun aanvallen op de ISAF-militairen voor. In juni 2007 werd bij de Slag om Chora vier dagen lang hevig gevochten waarbij de Taliban probeerden in een grote georganiseerde aanval meerdere politieposten ten val te brengen. Chora is dan ook niet alleen voor de Taliban maar ook voor ISAF van groot strategisch belang. Met de Afghanen werd het gebied, tijdens het hevigste gevecht dat jaar, onder controle gebracht. Vanaf dat moment bleven de Nederlandse militairen en de Afghan National Army (ANA) in Chora, waarbij de Nederlanders patrouilleerden vanuit de zogenoemde ‘White Compound’. Vervolgens werd het plan opgevat om hemelsbreed ruim vijfhonderd meter daarvandaan een eigen patrouillebasis en een ANA-kazerne te bouwen om de veiligheid te blijven garanderen en om de Taliban te verhinderen opnieuw grootschalige georganiseerde gevechten aan te gaan. PB Mirwais, dat gebouwd is door Nederlandse genisten, grenst aan de Afghaanse kazerne. Deze locatie is bewust gekozen vanwege de ligging vlakbij de ‘greenzone’, maar behoudt afstand omdat Mirwais op een heuvel staat. De White Compound wordt teruggegeven aan de District Chief van Chora, Mohammed Daoud. Tijdens een gesprek eerder dit jaar met commandant TFU brigadegeneraal Tom Middendorp en Civiel Vertegenwoordiger Joep Wijnands liet de ANA Deputychief duidelijk blijken dat zowel de bevolking als de ANA erg blij zijn met de aanwezigheid van de Nederlandse militairen.

De omstandigheden waarop men de dagen op PB Mirwais doorbrengt zijn op zijn minst Spartaans te noemen. Comfort, ontspanning, voeding, contact met het thuisfront en veiligheid op Mirwais staat in schril contrast met dat van op Kamp Holland. Er wordt geslapen in grote boogtenten van Duitse makelij. Gedoucht wordt er in zogenoemde marinierdouches. Dit zijn grote robuuste plastic zakken waar je in staat. Omdat water schaars is mag er per persoon niet langer dan twee minuten gedoucht worden. Net genoeg om je snel in te zepen, de haren te wassen en weer afspoelen. Dit wordt namelijk met water gedaan wat ’s nachts uit de grond wordt gepompt. Daarbuiten in de open lucht staan enkele wasbakken waar men de tanden kan poetsen en zich kan wassen en scheren. Ook is er een kleine toiletcontainer voor de grote en kleine boodschappen. Daartussenin staat een container met daarin een joekel van een industriële wasmachine en enkele drogers opgesteld voor grote en kleine wasjes. Verder is er voorzien in een eetzaal met daarin een keukengedeelte waar iedereen koffie kan zetten, zijn eigen maaltijden klaar maakt en vooral… tosti’s aan het bereiden is. Vers voedsel is namelijk niet aanwezig. Amerikaanse en Nederlandse gevechtsrantsoenen zijn er daarentegen wel in overvloed te vinden. Op zich niet slecht, maar als je dit weken achtereen naar binnen werkt gaat het op den duur wel de smaakpapillen vervelen. Ook kan er in de eetzaal naar een film of tv worden gekeken. Via de post wordt door het thuisfront ook van alles opgestuurd om een beetje af te wisselen van de gevechtsrantsoenen. Buiten de eetzaal staan een aantal gasbranders waar van alles op wordt gebakken. Gedurende etenstijden hangt daar dan ook een heerlijke geur van pannenkoeken, hamburgers of rookworst. Naast de eetzaal is een kleine sportgelegenheid waar een aantal fitnessapparaten staan. Hier kan eventuele overtollige energie aan zware ijzers botgevierd worden. Op het kamp zijn geen e-Welfare faciliteiten te vinden. In de weinig loze uurtjes die ze hebben kunnen ze dus niet even de digitale snelweg opgaan om zo via internet verbinding te leggen met het thuisfront. Je ziet dan ook geen enkele laptop in de tenten. Het enige contact met het thuisfront gaat via de satelliettelefoon. Per persoon mogen ze dan slechts 15 minuten per week naar huis bellen. Dan ga je toch op een gegeven moment uitkijken naar een paar dagen op Kamp Holland voor alle gemakken en comfort die daar aanwezig zijn om weer even in alle opzichten bij te tanken. Maar toch hoor ik bijna iedereen zeggen dat als er ook e-Welfare, vers voedsel en ze als complete compagnie op Mirwais zou zijn, ze er hun gehele uitzending wel zouden willen verblijven.

C090413_LvW_006 C090413_LvW_011

De sfeer op Mirwais is namelijk erg ontspannen en ongedwongen. Dit is natuurlijk relatief want de ‘Red Devils’ gaan regelmatig naar buiten hun ding doen in de Chora-vallei en de wijde omgeving daarvan. Dan is het vanzelfsprekend dat de discipline en drills goed moeten zijn anders kan dit grote gevolgen hebben. De primitieve voorzieningen maken dat er een gevoel heerst van op elkaar aangewezen te zijn. De voornoemde gebrekkige voorzieningen zorgen voor een back to basic stemming die voor- en nadelen kent. Wat me het meest heeft getroffen zijn de onderlinge contacten. Misschien is het de tijd die mensen hebben in de overzichtelijke werkelijkheid van Mirwais. Of is het de overzichtelijkheid zelf. Maar de mensen zijn op Mirwais genegen zichzelf te zijn. Of zichzelf te laten zien.

C090413_LvW_028 C090413_LvW_055

Alsof de afwezigheid van regels over welke jas wel of niet gedragen mag worden of over of je wel of geen cap of baret mag dragen op de base meer ruimte geeft aan de mensen zelf. Het tenue is operationeel functioneel in tegenstelling tot kamp Holland waar men met jasje, naamlint en hoofddeksel dient te verplaatsen. En die ruimte wordt door de gemiddelde luchtmobieler zeer gewaardeerd en over het algemeen met verantwoordelijkheidsbesef ingenomen.

Een groep ter grote van een compagnie is een overzichtelijke eenheid waarin persoonlijk contact vanzelfsprekend is. Een luchtmobiele infanterist, voor zover je kunt en mag generaliseren, is een uiterst gemotiveerde militair met een no-nonsens houding en de alom geprezen can-do mentaliteit. Een ander motto van het Van Heutsz regiment is dan ook niet voor niets: ‘Het moet, dus… het kan’. Dat betekent ook dat er een soort natuurlijke afkeer van de softe sector is, waar ik me als fotojournalist zeker toe reken. Ik tracht dan ook zo actief mogelijk deel te nemen in het leven en werken van deze bikkels om contact te kunnen maken met diegene die ik nog niet ken.

De Chora-vallei die naadloos overgaat in de Baluchi-vallei is een groene oase, omsloten door hoge bergmasieven van de Spinkay Ghar en Sangar Ghar. De provincie was vroeger de Betuwe van Afghanistan. Er werden dadels, amandelen, saffraan en appels geoogst. Driekwart van het vruchtbare land is nu verwoest. Dat doet dertig jaar destructie. Oorlog. Groene weides, geërodeerd tot woestijn, met stof zo fijn als meel. Vanuit de verschillende uitkijkposten heb je een voortreffelijk uitzicht op de omgeving. Het is dan ook een groot genoegen om daar eens de tijd te nemen en rustig om je heen te kijken. Het liefst gewapend met een verrekijker en fototoestel. Het uitzicht op de bergen kan op elk moment van de dag anders zijn. Afhankelijk van de stand van de zon en de aanwezigheid van stof, wolken, regen, mist of rook uit de verschillende quala’s zijn de bergen scherper of anders van kleur dan enkele minuten ervoor. En datzelfde geldt natuurlijk voor het dal waar je op uitkijkt waarin zich een groot aantal quala’s, akkers, schapen en geiten met hun hoeders, bomen die in dit jaargetijde hun blad vol tot ontwikkeling krijgen en mensen, kortom een hele samenleving bevindt. Een samenleving die radicaal van de onze verschilt en tegelijk ook zoveel overeenkomsten vertoont. Een leven wat zo dichtbij, aan de andere kant van de Hesco’s, en tegelijk zo ver van ons afstaat. Waar vanuit de kinderen je toelachen en om pennen vragen en je er tegelijk verstandig aan doet, je scherfvest en je helm te dragen en het wapen gereed te houden.

Mijn volgende verhaal zal gaan over het werk dat buiten Mirwais wordt gedaan door onze militairen. In dit geval een meerdaagse patrouille.

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.