Na langdurig politiek geharrewar is het er toch van gekomen. Het besluit van de regering om Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan uit te zenden is breed gesteund door de Tweede Kamer. Inmiddels zijn op dinsdag 14 maart, vanaf de vliegbasis Eindhoven, de eerste kwartiermakers naar het zuiden van Afghanistan gevlogen. De hoogste Nederlandse militair, generaal Dick Berlijn, deed ze uitgeleide.

Afscheid: In de vertrekhal van de vliegbasis Eindhoven  kregen een handjevol manschappen bij het aanheffen van het ‘mineurslied’, het lijflied van de genisten, een brandenwijntje aangereikt van de nimmer ontbrekende marketentster. Deze ongeveer tachtig man sterke voorhoede van de – uiteindelijk ruim duizend man tellende – Deployment Task-Force (DTF) moet de eerste noodzakelijke voorbereidingen treffen voor de Nederlandse onderkomens op de Amerikaanse luchtmachtbasis bij Kandahar. Dat kamp is nu te klein om ook nog eens de Nederlanders te herbergen die vanaf het  vliegveld Kandahar zullen opereren.

De DTF staat onder commando van kolonel Henk Morsink. Ruim 500 manschappen van 101 Geniebataljon en een logistiek bataljon vormen de kern ervan. Daarnaast hebben zo’n driehonderd infanteristen van 44 Pantserinfanteriebataljon de taak om hun collega’s van de genie en de logistiek in alle voorkomende scenario’s tegen aanvallen te beschermen. Daarbovenop wordt het DTF ondersteund door een luchtmachtdetachement.

Gespreid bedje: Aan de uitzending naar Uruzgan gaat een omvangrijke logistieke operatie vooraf. “Kwartier maken is dan ook een erg magere omschrijving voor de opdracht die van de DTF,” vertelt generaal Berlijn. Toch is dit precies wat de bouwvakkers van de krijgsmacht op het lijf is geschreven. In Irak en voorheen ook al in Afghanistan toonden de genisten dat ze complete kampementen uit de grond konden stampen.

“De DTF moet de komst voorbereiden van de eerste Nederlandse ‘Task Force Uruzgan’ (TFU) in de door de NAVO geleide ‘International Stabilisation Assistance Forces’ (ISAF) III-missie”, zegt Morsink. “Wij gaan er in de komende maanden voor zorgen dat zij in augustus in een gespreid bedje komen. Hiervoor zullen wij al het benodigde materieel aanvoeren en drie kampen bouwen waar de ± 1400 militairen van TFU gehuisvest zullen worden.

Het meeste materieel (zo’n 1500 zeecontainers en vele honderden voertuigen als Scania wissellaadsystemen, MB’s, Fenneks, YPR’s en Patria’s) gaan via de Groningse Eemshaven per schip naar de Pakistaanse havenstad Karachi. De aansturing van het vervoer van al het materieel naar Zuid-Afghanistan vindt plaats vanuit het hoofdkwartier van de Logistieke Brigade in Apeldoorn.

Vanuit Karachi vervoert een civiel Brits bedrijf de spullen per vrachtwagen naar Kandahar. Dat kunnen we met een gerust hart aan het Britse bedrijf over laten. Van de duizend containers die ze eerder voor het Britse leger vervoerden, zijn er slechts twee verloren gegaan. Daarnaast is burgertransport een eis, omdat de Pakistaanse regering geen buitenlandse militairen toelaat op haar grondgebied. Zij eisen ook dat het spul niet herkenbaar als militair materieel over de weg rolt. De containers doen er vanuit Nederland, , afhankelijk van het weer, 45 tot 60 dagen over om naar Kandahar te komen.”

Essentieel materieel, zoals wapens, munitie, explosieven en communicatieapparatuur vervoert Defensie zelf, per schip en vrachtwagen of door de lucht.. Schepen leveren deze vracht af in Dubai. Van daaruit gaat het met Antonov transportvliegtuigen van commerciële Russische vrachtvervoerders naar Kandahar. Alle betrokken militairen vliegen vanaf het militaire deel van het vliegveld Eindhoven naar de Afghaanse hoofdstad Kabul. Dit kan met Nederlandse KDC-10’s of met ingehuurde toestellen. Vandaar gaat het met kleinere vliegtuigen verder naar Kandahar Air Field (KAF). Probleem is echter dat KAF niet zo groot is. Er kunnen maar twee of drie grote toestellen per dag komen. Het is de bekende flessenhals waar alles doorheen moet.

Risicovol: “Als de huisvesting op KAF naar verwachting half mei gereed is”, vervolgt Morsink, “begint een van onze gevaarlijkste opdrachten. Namelijk het overbrengen van duizenden tonnen materiaal naar Tarin Kot en Deh Rawod in de provincie Uruzgan. Dit alles over slechts één doorgaande route. Vervolgens storten wij ons op de bouw van het hoofdkamp voor de Nederlandse taakgroep in Uruzgan. In enkele maanden tijd moet dan de ‘compound’ bij Tarin  Kowt, de hoofdstad van Uruzgan, uitgroeien tot een compleet dorp voor zo’n achthonderd militairen. Tenslotte volgt nog een tweede, kleiner kamp voor zo’n 250 militairen in Deh Rawod, eveneens in Uruzgan. Zowel in Tarin Kowt en Deh Rawod zijn al kampen door de Amerikanen gebouwd. Deze zijn echter te klein en te primitief om de Nederlandse taakgroep te huisvesten.”

De taakgroep bestaat in eerste instantie uit zo’n 1200 militairen. In november komen daar nog eens 200 bij. De laatste zullen een halfjaar lang het regionale ISAF-hoofdkwartier in Kandahar gaan runnen. De missie duurt zeker twee jaar en dat stelt hogere eisen aan onder meer sanitair en bescherming. Zo zijn de kampementen voorzien van toiletcontainers, gepantserde slaapcontainers, aggregaten, mobiele drinkwaterinstallaties en een mobiel geneeskundig operatiekamersysteem (MOGOS).

Generaal Berlijn geeft aan dat inmiddels wel duidelijk is geworden dat deze missie anders is dan andere. “Begrijpelijk, want het betreft hier een missie die de nodige uitdagingen kent waaraan de nodige risico’s kleven. Het is zeker gevaarlijk, het zou naïef zijn om dat te ontkennen. Net als de Canadezen lopen wij de kans op zware aanslagen. Daarnaast maak ook ik mij zorgen over het toegenomen aantal gewelddadige incidenten gedurende de laatste maanden. De kwartiermakers zullen daarom zeker in het begin geen risico’s nemen. We gaan daar niet als malle Pietje in open Mercedes-Benzen zwaaiend met vlaggetjes rondrijden. Pas als er een duidelijk overzicht bestaat, kan de eenheid kijken wat er verder mogelijk is, ook voor de plaatselijke bevolking. Maar het uitgangspunt is dat de commandant de vrije hand heeft om de dingen te doen die hij denkt aan te kunnen. Dat betekent ook dat hij pas op de plaats mag maken. De missie is volgens mij nog steeds welkom. De aanslagen hebben bij de mensen van het DTF alleen maar tot een grotere bewustwording van de dreigingen geleid.

De Afghaanse provincie Uruzgan behelst een onherbergzaam gebied waar nagenoeg niets is. Niet alleen zal alles moeten worden opgebouwd, maar ook al het materiaal zal door de eenheid zelf moeten worden aangevoerd. Om die voorraden naar de provincie te verslepen zullen lange colonnes militaire voertuigen af en aan rijden. Het uitvoeren van die logistieke klus is een flinke uitdaging op zichzelf. De afstand van Kandahar tot Tarin Kowt bedraagt slechts 125 kilometer, maar door de beroerde toestand van die ene weg, of wat daarvoor moet doorgaan, waarover alles aangevoerd moet worden, neemt een dergelijk ritje zomaar tien uur in beslag. Daar bovenop kun je van alles en nog wat verwachten, van vijandelijk gedrag tot geïmproviseerde explosieven en zelfmoordaanslagen langs de weg. We houden werkelijk met alles rekening. Iedereen weet hoe te handelen, mocht daar enige aanleiding toe zijn. Verder is alles wat beweegt bepantserd en gaat er uiteraard een robuuste infanteriezware ‘force protection’ met de konvooien mee. Daarnaast gaan er zes Apache gevechtshelikopters mee en stijgen in de Afghaanse hoofdstad Kaboel de F16-jachtvliegtuigen op, zodra de situatie daar om vraagt om de mannen en vrouwen op de grond te hulp te schieten.  Inlichtingenspecialisten checken telkens de dreiging op de route.”

Berlijn stelde dan ook nadrukkelijk bij het vertrek van de DTF vast dat de ISAF-missie in Uruzgan niet in augustus, maar al op 14 maart van start is gegaan. Daarnaast is door minister Henk Kamp van Defensie meegedeeld dat Nederlandse commando’s en mariniers, die nu gelegerd zijn in de provincie Kandahar, de DTF in hun missie bijstaan. Volgens ingewijden zullen zij in de slotfase van hun missie worden ingezet om verkenningen uit te voeren in Uruzgan. Zij zullen namelijk in april terugkeren naar Nederland. De twee missies staan officieel los van elkaar. De commando’s en mariniers nemen momenteel onder Amerikaanse leiding deel aan Operatie ‘Enduring Freedom’ in de strijd tegen het terrorisme.

Provincie Uruzgan: Uruzgan is een provincie waar Afghaanse krijgsheren feitelijk de scepter zwaaien. Men schat dat er in heel Afghanistan zo’n 1900 van deze gewapende bendes (milities) rondhangen. Samen brengen zij een indrukwekkende macht van 130.000 door de natuur geharde en boven alles gevechtsbereide lieden op de been. Aan wapens is er ook geen gebrek. De schattingen gaan tot tien miljoen vrij verkrijgbare Kalasjnikovs, raketwerpers, handgranaten en ander wapentuig. Een poging van de regering Karzai in Kaboel om wapens in te zamelen, stak daarbij armzalig af: 40.000 kleine en 11.000 grote wapens (waaronder tanks en kanonnen) werden opgehaald. Dan maar inlijven, dacht de regering, door de krijgsheren en militieleden een regeringsuniform aan te trekken en in het gelid te zetten. Dat leverde 62.000 manschappen op, met matig succes. Veel vroegere krijgsheren gaven namelijk met hetzelfde gemak baantjes en privileges, en de sleutels van wapenopslagplaatsen, aan oude kompanen. Met of zonder regeringsuniform maken zij dus feitelijk de dienst uit in de grotendeels illegale economie van Afghanistan (lees drugshandel, smokkel van olie en hout). Er is maar één pluspuntje te melden over de krijgsheren: men acht ze geen van allen sterk genoeg om de centrale regering uit het zadel te wippen.

Uruzgan wordt door kenners tot de gevaarlijkste provincie in het zuiden van Afghanistan gerekend. Maar de provincies Helmand, Zabul en de omgeving van Kandahar schijnen gevaarlijker te zijn, om maar te zwijgen van de grensstreek met Pakistan. De Britten gaan in het kader van dezelfde ISAF-missie naar Helmand. De Canadezen zitten al in Kandahar.

Met enige regelmaat zijn westerse troepen in het gebied het doelwit van aanvallen, gepleegd door zowel vermeende Taliban- als Al-Qaida strijders. In de afgelopen maanden kwamen meerdere Amerikaanse militairen om tijdens aanvallen door deze strijders. In 2005 vielen meer dan negentig Amerikaanse slachtoffers. Dit laat zien hoe gevaarlijk Uruzgan kan zijn. Voor de Nederlandse missie wordt het spannend. Lukt het de DTF om zijn werk zonder grote verliezen uit te voeren, dan is dat voor de collega’s die de TFU vormen, een morele opsteker. Slagen vijandige groepen van Taliban of Al-Qaida er echter in de opbouw te verstoren, dan zou dat een hypotheek op de verdere missie van ISAF III kunnen leggen. Defensie is er dus veel aan gelegen om van de DTF een succes te maken.

Vertrouwen: Daarnaast hoopt Nederland dat de veiligheidssituatie in Uruzgan zal verbeteren door de benoeming van een nieuwe gouverneur in die provincie. President Karzai verving de omstreden gouverneur Jan Mohammed Khan, mede op aandringen van Den Haag, door Abdul Hakim Mounib. Helemaal neutraal is de nieuwe gouverneur op het eerste gezicht niet, omdat hij een voormalig lid is van de Taliban. Maar Berlijn zei een gesprek te hebben gehad met Munib en vertrouwen te hebben in een goede samenwerking. “Dat president Hamid Karzai deze stap heeft gezet, is een besluit dat vertrouwen geeft in een goede samenwerking.” Tevens liet Berlijn ook weten dat de Nederlandse militairen Afghanistan bij ernstige dreiging zullen verlaten. “Als de veiligheidssituatie heel erg zou verslechteren, hebben we enkele honderden militairen achter de hand die snel steun kunnen bieden.”

Het werk van de DTF  moet in augustus grotendeels klaar zijn. Dan vertrekken de Amerikaanse militairen en kan het echte werk van de ISAF III-missie beginnen: zorgen dat het in Uruzgan rustig wordt en blijft, zodat de provincie kan worden opgebouwd. “Ik heb er een goed gevoel over en heb er het volste vertrouwen in door een Nederlandse ‘hearts and minds-aanpak’ de plaatselijke bevolking voor ons te winnen”, zegt Morsink.

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.