Dienst Speciale InterventiesFeatured

Dienst Speciale Interventies

Interview met Remmert Heuff, H-DSI

Het land is nog niet in rep en roer als ik maandagochtend 18 maart een bedrijventerrein onder de rook van Rotterdam oprij. Het plan is om foto’s te maken bij een oefening van een interventie eenheid in opleiding. De oefening begint als de zwaar gepantserde ‘BEAR’ het terrein op komt rijden met in zijn kielzog een aantal SUV’s en Volkswagen busjes. Het team ontplooit en het scenario begint. Het gebouw is omsingeld en er wordt geprobeerd de verdachten uit het pand te praten. Als dat niet lukt krijgt het interventieteam toestemming het pand in te gaan. Ze zijn koud aan de actie begonnen als die wordt stilgelegd. Er is een melding van een calamiteit in Utrecht en alle operationele eenheden zijn opgeroepen. Er is een landelijk DSI-alarm gegeven. Binnen de kortste keren is het bedrijventerrein verlaten. Ik besluit niet naar Utrecht te rijden omdat ik niet de juiste apparatuur bij me heb en om mijn collega’s van de diverse nieuwsorganisaties niet in de weg te lopen. Op weg naar huis hoor ik op de radio hoe het drama van de aanslag in Utrecht zich ontvouwd. Ik denk terug aan een week eerder. Tegenover mij zat Remmert Heuff, hoofd Dienst speciale interventies (DSI). Ik kreeg uitleg over alle facetten van de DSI van de man die het kan weten.

De Wet
Laten we om onnodige ‘mist’ te voorkomen maar eens naar de basis kijken, de regelgeving. Hoofdstuk 5 van de Politiewet van 2012 regelt de bijstand aan de politie, rijksrecherche en Koninklijke Marechaussee. Artikel 59 Politiewet 2012 geeft aan dat er ‘een of meer bijzondere bijstandseenheden bestaande uit personeel van de politie, de Koninklijke marechaussee of andere delen van de krijgsmacht’ zijn. Deze bijzondere bijstandseenheden worden belast met bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Defensie aangewezen bijzondere onderdelen van de politietaak.. In de Regeling Dienst speciale interventies staat precies hoe de DSI is georganiseerd en waartoe zij op aarde is. Artikel 11 Besluit beheer politie geeft de taken van de Dienst speciale interventies ook aan. Het artikel heeft het over het in stand houden van aanhoudings- en ondersteuningsteams en één of meerdere bijzondere bijstandseenheden.
Niets geheim, gewoon wettelijk geregeld en in de openbaarheid zoals het in een democratie hoort.
Hierbij ook de link naar de zogenaamde Kamerbrief uit 2005 over de oprichting van het Stelsel van Speciale Eenheden.

Historie
“Vroeger had je afzonderlijk bijzondere bijstandseenheden, afgekort BBE-en.” Remmert Heuff is goed ingevoerd in de historie. “Dus je had een bijzondere bijstandseenheid mariniers, de close combat unit. Je had een bijzonder eenheid politie. Dat waren de lange afstand precisieschutters van de politie en je had de bijzondere bijstandseenheid krijgsmacht. Dat waren de lange afstand precisieschutters van de krijgsmacht”, verteld Heuff. “Die werkten allemaal afzonderlijk van elkaar en ook onder hun eigen commando. Dus op het moment dat de BBE-politie dan vervangen werd door de BBE-krijgsmacht dan zag je letterlijk, net als in het Witte Huis, een hele verschuiving van alles. De commandocontainers werden weg gerold en er kwamen nieuwe in en de verbindingsmiddelen werden allemaal opnieuw opgebouwd. En tot een bepaalde periode was dat best wel toereikend. Het was hoogst sporadisch dat de BBE-en ingezet werden, en dat gold zeker voor de militairen. Er waren hele zware procedures voordat toestemming voor zo’n inzet werd gegeven, want Nederland wilde heel zorgvuldig omgaan met dat je als overheid met zoveel geweld de samenleving instapte. Dat was allemaal met heel veel regels omgeven.”

Onderzoek
Naar aanleiding van aanslagen in Europa en de wereld kwam er in 2003-2004 in opdracht van de Minister van Justitie een groot onderzoek naar de vraag of wij in Nederland wel een adequate opvolging hadden ingericht voor dit soort incidenten. Het wetenschappelijk deel van dat onderzoek werd gedaan onder leiding van professor Fijnaut. “Die komen tot een aantal aanbevelingen waardoor het functioneren sterk zou moeten verbeteren”, gaat Heuff verder. Het waren aanbevelingen die verder reiken dan de genoemde BBE-en. Ze hadden betrekking of het hele stelsel van speciale eenheden. Het ging daarbij over aanbevelingen ten aanzien van de randvoorwaarden, de inrichting en aansturing van het gehele stelsel van speciale eenheden.

Een van de zaken die in het onderzoek werd geconstateerd was dat het wisselen tussen- of het aflossen van de afzonderlijke BBE-en  gepaard ging met onnodig tijd- en informatieverlies. “Het nieuwe stelsel van speciale eenheden (SSE) was bedoeld om onder civiel gezag en aansturing bij te dragen aan  de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Voorwaarde van het kabinet was dat het SSE alle vormen van ernstig geweld c.q terrorisme over het gehele geweldspectrum, of andere bijzondere gevallen aan moest kunnen. Daarom moet het SSE bestaan uit disciplines van zowel politie en Defensie, die indien nodig snel en flexibel moet kunnen op- en afschalen. Om een einde te maken aan het gesignaleerde gebrek aan samenhang moest dat geheel in één hand worden gebracht. Daartoe werd een nieuwe dienst opgericht, dat is de huidige Dienst Speciale Interventies, afgekort DSI. Als je het SSE globaal vergelijkt met de Special Operations Forces (SOF) van Defensie dan zou je kunnen zeggen dat het in één hand brengen van het SSE vooruit liep op de huiige SOCOM ontwikkeling bij de SOF.

”Er bestaat dus geen bezwaar tegen de inzet van militairen voor politietaken”, doceert Heuff verder. “mits dat gebeurt onder civiel gezag en civiele aansturing en de regels die daarvoor gelden.”

Koudwatervrees
Onder andere Minister Donner heeft de koudwatervrees tijdens een debat in de Tweede Kamer weggenomen om militairen te laten optreden in een nationale situatie. Zeker als die militair alles in huis heeft om de situatie tot een goed einde te brengen. “Er was een soort vrees dat als er militairen aan te pas kwamen er sprake zou zijn van eerst schieten en daarna pas vragen stellen”. De ambtsinstructie van de politie is ook op bijstandsverlenende militair van toepassing. Dus bevoegdheden voor het toepassen van geweld en de wijze van afdoening is gelijk voor politiemensen en militairen. Dat wordt gewoon schriftelijk gerapporteerd en dat wordt gewogen door de aangewezen autoriteiten net als ieder geweldsgebruik door politiemensen”, gaat Heuff verder.

Ontstaan
“En zo is eigenlijk de DSI ontstaan, uit het combineren van de afzonderlijke bijzondere bijstandseenheden alsmede hun commandovoering en aansturing. Dan praten we ook niet alleen over de DSI maar zoals gezegd over het stelsel van speciale eenheden. Daar maken ook de arrestatieteams van de politie en het arrestatieteam van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten van de KMar (BSB, Koninklijke Marechaussee) deel van uit. Het hele SSE is ondergebracht onder de overkoepelende DSI en dan is het hoofd van de DSI of diens vervanger overkoepelende commandant. Inzet als bijzondere bijstandseenheid vindt altijd plaats onder bevoegd gezag van de verantwoordelijke hoofdofficier van Justitie en nadat de minister toestemming heeft gegeven voor de inzet.”

Interventie
“Als je dan in de inzetten kijkt van operationele eenheden dan schets je dus de arrestatieteams van politie en de KMar als de voorkant van het stelsel van speciale eenheden. Dus die treden op bij levensbedreigende situaties en normaal doen ze dat buiten de DSI regeling om, dus niet als BBE. Alleen als het grove geweld of terrorisme zodanig toeneemt dat er echt een toestemming van de minister (van Justitie en Veiligheid, GvO) nodig is kunnen ook de arrestatieteams binnen dat stelsel van speciale eenheden getrokken worden”, geeft Heuff aan. “Dus het SSE kent het M-Squadron of Unit Interventie Mariniers dat gespecialiseerd is in  grootschalige- en complexe manoeuvres. Daarnaast heb je de Afdeling Interventies (AI) en de Afdeling Expertise en Operationele Ondersteuning (AEO&O) die voor kleinschalige en dynamische interventie ingezet kunnen worden. Die worden dan in dat stelsel van speciale eenheden samen ingezet om de zaak weer tot een goed einde te brengen.”

“De Afdeling Interventies is een gemixte club van militairen en politiemensen (mariniers, commando’s en AT’ers van politie en BSB). Die moeten aan de meest uiteenlopende en in korte tijd wisselende situaties het hoofd kunnen bieden en op een glijdende schaal moet kunnen bewegen tussen het optreden van de arrestatieteams en  interventie eenheden. Als de commandant van de afdeling Interventie een politiemens is, is de plaatsvervanger een marinier en andersom. De teams zijn samengesteld uit die drie entiteiten die ik noemde.  De tweede club die hier zit (in Houten, GvO) is Expertise en Operationele Ondersteuning. Daar zitten de lange afstand-precisieschutters (van de voormalige BBE-politie en BBE-krijgsmacht) in maar ook alle vaardigheden en specialismen die nodig zijn om de interventie mogelijk te maken. Afhankelijk van de klus stellen we een team of eenheden samen die dan daarin moeten gaan samenwerken.”

Arrestatieteam (AT)
Het meest zichtbaar van alle onderdelen van de DSI zijn de arrestatieteams. Dagelijks worden deze teams ingezet bij levensbedreigende situaties. Organisatorisch vallen ze onder de DSI. “In het Besluit beheer politie staat dat er een Landelijke Eenheid (LE) is en er in die LE een DSI is met twee taken. Het in stand houden van de arrestatie- en ondersteuningsteams en de Bijzondere Bijstandseenheid. Voor die laatste ben ik, of mijn vervanger altijd de commandant. Voor het AT niet. Ik zorg wel voor hun kennis en kunde en dat ze bevoegd en bekwaam zijn om AT werkzaamheden te kunnen doen. De AT’s kunnen dan op verzoek van een regionale eenheid, met toestemming van de Hoofdofficier van Justitie een inzet gaan doen. Dat kan bijvoorbeeld voor een regionaal rechercheteam zijn of voor welk ander team dan ook. Het zijn de AT’s van de Nationale Politie maar wel regionaal ingebed en van de Koninklijke Marechaussee. In principe draaien ze de AT-inzetten, ongeveer 1600 op jaarbasis, in de reguliere opsporingsonderzoeken of situaties met verwarde personen die we als reguliere politie tegen komen. Daar is nog helemaal geen speciale eenheid aan. “

Homogeen
Als een regionale eenheid ondersteuning van een AT nodig heeft omdat het een risicovolle aanhouding is dan wel levensbedreigende situatie, dan vragen ze toestemming aan de Hoofdofficier van Justitie. “Als die toestemming geeft dan wordt er met ons gebeld en zorgen wij dat de meest kansrijke club gaat optreden. Dat hoeft dus niet altijd het AT te zijn uit het gebied waar die werkt want misschien staat er ’s nachts wel een ander AT in de stad voor een andere klus met een observatieteam. Wij kunnen hier bij Operations van de LE op elk moment zien waar onze operators of de teams zich bevinden”, legt Heuff uit. “En die kun je dan meteen ter plaatse dirigeren als snelheid geboden is. De AT’s zijn allemaal hetzelfde getraind en uitgerust en die kennen veel specialismen zoals duikers, breachers en tal van andere specialismen. Elk team is heel homogeen opgebouwd. De werkomgeving is wel anders. De concentratie van AT’s in het westen van het land lijkt op de concentratie van de bevolking in Nederland. In de Randstad hebben we er meer zitten dan in het noordoostelijke gebied. Maar het zijn exacte kopieën van elkaar, ook die van de BSB. Ze zijn heel makkelijk uitwisselbaar. Omdat we dat gecentraliseerd  hebben bij de vorming van de Nationale Politie hebben we gezegd dat de outfit hetzelfde is, de auto’s zijn hetzelfde ingebouwd, de bewapening is hetzelfde. Dan ben je veel makkelijker uitwisselbaar. Teamlid A van bijvoorbeeld Amsterdam kan naadloos ingepast worden in een team in zuid. Procedures zijn hetzelfde, materiaal is hetzelfde, de instructies zijn hetzelfde. En dat maakt dat je een enorm slagvaardige club hebt want het maakt niet uit waar je vandaan komt, je bent inpasbaar in het teamconcept.”

Beleidsteam DSI
De inzet van een bijzonder bijstandseenheid, onder de DSI-regeling, kan gewenst zijn als de politie of marechaussee in een hoger geweldsspectrum wordt geconfronteerd met geweldplegers en een iets zwaarder middel dan een AT wil inzetten. Ook deze verzoeken lopen via het Openbaar Ministerie (OM). Als de Hoofdofficier van Justitie daarmee instemt dan richt deze het verzoek aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal. “Als ook deze ja zegt dan moet ik als H-DSI een operationeel plan van inzet (OPVI) opmaken. Dat plan moet door de minister van Justitie goedgekeurd worden. Daar komt letterlijk een natte handtekening van de minister onder. 
Als het grotere zaken betreft, van nationaal belang, dan wordt de minister geadviseerd door het DSI Beleidsteam.” Uiteraard is ook deze Instellingsregeling Beleidsteam DSI 2009openbaar en terug te vinden. Heuff legt uit dat als hij in het verleden wel eens praatte over een regeling, iedereen dacht dat het zelf opgestelde interne regelingen waren. Niets is minder waar. Alle regelingen rond de organisatie en inzet van de DSI zijn openbaar, transparant en controleerbaar.
“Iedere inzet moet ook geëvalueerd worden door het Afstemmingsoverleg DSI. Daarmee houden we de vinger aan de pols of wij ons ook binnen de geweldsbepalingen van de ambtsinstructie van de politie hebben gehouden.”

Militair geweld
Waar Heuff niet tegen kan is de term ‘militair geweld’. Zeker niet als dat in recente rapporten wordt gebruikt. “Die kent dan of de uitspraken van de Hoge raad of van Donner destijds niet.” In een debat naar aanleiding van de aanslagen in Madrid werd gesteld dat je toch niet zomaar militairen kunt inzetten. Minister Donner stelde daar het volgende: “…….merk ik op dat de bevoegdheden zijn georganiseerd rond de strafrechtelijke lijn. Op die manier is er een instrument voor de centrale sturing van het optreden tegen terrorisme. De politie kan op plaatselijk niveau direct aangestuurd worden door het OM en de plaatselijke driehoek…….De minister van Justitie heeft geen aanwijzingsbevoegdheid ten aanzien van het militaire apparaat in die zin dat hij maar rond kan commanderen. Hij heeft de beschikking over de onderdelen van het militaire apparaat die bijstand kunnen verlenen. Als op landelijk of op plaatselijk niveau wordt geconstateerd dat er behoefte is aan bijstand van militairen, zal dit verzoek aan de minister van Justitie worden voorgelegd. Hij kan op dat moment een beroep doen op die onderdelen die voor de bijstand beschikbaar zijn.”.
Heuff: “We hebben dan ook een regeling dat militairen wel degelijk ingezet kunnen worden omdat ze dan weer begrenst worden door de ambtsinstructie, civiele aansturing en ook door het Openbaar Ministerie. Overtredingen van de ambtsinstructie worden gewoon strafzaken en dat is anders dan het militaire strafrecht. Daar ligt dus de basis”.

Snel reageren
Bij een terroristische aanslag telt elke seconde. Als er dan toestemming moet worden gevraagd aan de minister moet het proces goed zijn ingericht. En dat is het ook, bevestigd Heuff. “Binnen het Ministerie hebben ze dat proces, dat de minister snel kan beslissen, bijzonder adequaat ingericht. De toestemming kan er, weliswaar dan mondeling, binnen tien minuten zijn.”
Na de aanslagen van Charlie Hebdo en Bataclan is er gezegd dat je eigenlijk niet opgeroepen moet worden, omdat dat eenvoudigweg te lang duurt.. De overheid heeft naar aanleiding van die aanslagen gevraagd welke ideeën er zijn om dat het hoofd te bieden. De commandanten van de eenheden binnen het stelsel van speciale eenheden, DSI, BSB en M-Squadron, hebben toen een voorzet gemaakt om de eenheden permanent op straat te hebben. “En diegene die niet op straat zijn, moeten direct vanuit thuis inzetbaar zijn. Want je weet immers niet waar en wanneer het gaat gebeuren”, legt Heuff uit. Dat voorstel is vertaald in een regeringsbeleid met de naam ‘Intensivering van de Veiligheidsketen’. En vanaf dat moment zijn DSI-ers permanent op straat met een doorlopend, goedgekeurd Operationeel Plan van Inzet. En daar zit de snelheid in bij acties zoals de gijzeling in Arnhem in 2017. “Er is nu al een goedgekeurd plan dat als Nederland geconfronteerd wordt met grof of terroristisch geweld, die toestemming er al is. Dus ik hoef niet meer een OPVI te maken en die naar de minister te sturen. Ik hoef alleen maar een belletje te plegen met de Hoofdofficier van het Landelijk Parket met ‘dit is de melding en ik wil nu gaan rijden en hij beslist dan of dat akkoord is ja of nee. En in de tijd dat mijn mensen gaan rijden beginnen de Intel-collega’s met het duiden van het voorval.”
In het geval van Arnhem, met een verwarde persoon en gegijzelden, werd er robuust opgeschaald om er te zijn in plaats van er te laat te zijn. Bij de aanslag in de Bataclan in Parijs was er binnen enkele minuten een bloedbad aangericht. “Dus vandaar dat we nu zo snel kunnen reageren omdat we in een doorlopend Operationeel Plan van Inzet al hebben voorzien wat voor meldingen er kunnen komen.

RRT
Het DSI-reactieconcept maakt het mogelijk om snel te reageren en eenheden ter plaatse te hebben. “Het is een samenhangend geheel van inzetbare eenheden. Sommige mensen noemen slechts één onderdeeltje ervan. Dat reactieconcept bestaat onder andere uit de RRT’s (Rapid Response Team). Dat zijn de kleinste teams die we hebben. Ze zitten verspreid in Nederland en hun eerst taak is het geweld  stoppen, de geweldplegers te verstoren en te isoleren. De RRT’s worden dominant door AT’s bemand. Daar zitten nu UIM-ers bij (Mariniers van M-Squadron NLMARSOF GvO)”, legt Heuff uit. “Toen we die uitbreiding van taken  gingen doen hadden we nog onvoldoende mensen. We moesten eigenlijk al de winkel opengooien terwijl we er nog niet de mensen voor hadden. We moesten het gaan doen met de huidige mensen. Een RRT bestond uit twee AT-ers en een UIM-er. Het is de bedoeling, omdat we sterk aan het groeien zijn, dat die taak door het AT overgenomen gaat worden, maar wel als SSE. Waarom door AT-ers? Dan kunnen ze twee werelden dienen.. Die van ernstig en of terroristisch geweld én die van levensbedreigend geweld. Stel dat de situatie niet voldoet aan de criteria van de BBE. Dan heb je al AT’ers ter plaatse die al een plan kunnen maken om op AT-niveau de zaak aan te pakken. Die kunnen al communiceren met de AT’ers die opgeroepen worden om assistentie te komen verlenen. De tekeningen zijn al gemaakt en de plannen zijn al klaar waardoor de inzet sneller verloopt dan voorheen.

De korte reactietijd van de RRT’s maakt dat ze heel snel schouder aan schouder met de Basis Politie Zorg collega’s (BPZ) staan. Die voelen zich daar goed door gesteund. Het stoppen en verstoren kan ook met drie man, al dan niet in samenspel met de BPZ. Soms houden ze de verdachten al aan als het moet. Voor twee processen heb je meteen al enorm aan snelheid gewonnen, zowel voor het interventie- als het AT-werk.” Op de vraag of het juridisch een probleem is dat er een marinier, een militair, nu in het RRT zit antwoord Heuff: “Strikt formeel niet. Er ligt een goed OPVI en de militair is bijstand aan het verlenen dus die is juridisch helemaal gedekt.

QRF/QRA
“Dan hebben we een QRF (Quick Reaction Force). Dat is een grotere eenheid waaronder de lange afstand precisie schutters (EPS’er) en een commandant. De QRF is er letterlijk om de verdachten aan te houden of op andere wijze het geweld te beëindigen. Daar hebben ze voldoende slagkracht voor. Ze teamen dan natuurlijk samen met het al aanwezige RRT”. Waar het RRT het geweld moet stoppen en verstoren, wil dat niet zeggen dat de dreiging weg is of de boosdoeners al aangehouden cq uitgeschakeld zijn. De QRF zorgt ervoor dat dit wel gebeurd en dat de situatie volledig onder controle en veilig is. “Als dat nog niet genoeg is hebben we ook nog een Quick Reaction Air (QRA). Als je in een gebied zit waar je niet dicht genoeg bij bent met een RRT maar wel snel naartoe moet dan gaan de blauwe helikopters van de politie ter plaatste. Dat kan via opstapplaats Schiphol maar ook op elke andere willekeurige plaats waar de mensen zich verzamelen om opgepikt te worden. Zo hebben we best wel een fijnmazig net over Nederland liggen.”

DSI-alarm
Om zicht te hebben op incidenten en eenheden heeft de DSI een zogenaamde tafel bij Operations in het commandocentrum van de Landelijk Eenheid. Operations is de moderne variant van de vroegere meldkamers. Bij Operations van de Landelijke Eenheid vervult een commissaris de rol van hoofdofficier van dienst en daar zitten allemaal vertegenwoordigers van diverse politie processen die zo zicht hebben op de eigen inzetmogelijkheden. Eenheden in het land zijn daar zichtbaar door middel van tracking. Ook hebben ze daar zicht op de incidenten en meldingen die bij Operations binnen komen. Zo kunnen de juiste eenheden direct naar incidenten en meldingen worden gestuurd om in te grijpen. “Op het moment dat de ‘DSI-waardige melding’ binnen komt bij de Officier van Dienst DSI (OVD-DSI) bij Operations dan belt hij met een operationeel commandant  van DSI. Die geeft dan de opdracht om aan te rijden en seint mij in en ik ga bellen met de hoofdofficier die het bevoegd gezag is om te bepalen of we door kunnen gaan of niet”, legt Heuff uit.
“Nog een extra component van dat hele vehikel reactieconcept is het DSI-alarm. Alle observatieteams van Nederland en het voltallige SSE en nog heel veel extra mensen voor ondersteuning zitten in een grote belcomputer. Als er een groot incident is, als er bijvoorbeeld sprake is van een man-hunt en we achter daders aanzitten dan activeren we het DSI-alarm. Dan heeft iedereen een van tevoren bepaald punt in Nederland waar ze naar toe gaan waarbij heel Nederland wordt afgedekt. Ook de collega’s van de BPZ gaan dan waarnemingsposities innemen. Sensoren als de automatische nummerplaatherkenning worden geactiveerd. Je krijgt dan een heel fijnmazig netwerk van ogen en oren met daarin de slagkracht van de DSI die dan op basis van de waarneming daar naartoe gedirigeerd worden waar nodig. Letterlijk op elk moment van de dag kunnen we dit waarmaken”, verteld Heuff met trots.

Grijs
“Ze zien er ook allemaal hetzelfde uit. Iedereen in het stelsel (van speciale eenheden GvO) draagt grijs en heeft politie op de borst, dus ook die DSI-operator afkomstig van Defensie. Dat is ook belangrijk voor de mindset van de (militaire) operator want die gaat ook naar missiegebied en daar loopt hij natuurlijk wel in zijn militaire pak en militaire uitrusting”, gaat Heuff verder. Dat onderscheid wordt ook benadrukt in de juridische gevolgen. Als een politieagent heeft geschoten, in welke situatie dan ook, dan doet de Rijksrecherche onderzoek met alle bijbehorende rechten en plichten die daar bij horen. Dat geldt ook voor de militair die bijstand verleend zoals hierboven beschreven. Dat is anders dan als de militair in missiegebied zijn wapen gebruikt. “Dat is wel een groot verschil”, gaat Heuff verder. “En dat is maar goed ook want wij voeren hier pincet-acties uit tegen enkele kwaadaardige cellen om een chirurgische metafoor te gebruiken. In Nederland bevinden we ons niet in oorlogsgebied. Ik wil benadrukken dat DSI alleen de rol kan waarmaken als de rest van de politie zo verweven zit in de wijken”. Als voorbeeld geeft Heuff de steekpartij op Bevrijdingsdag 2018 in Den Haag. Voordat het RRT arriveerde had een agent van de BPZ de verdachte al neergeschoten. Het RRT kwam nogal in de aandacht mede door de korte broeken maar dat geeft nu precies weer hoe snel er gereageerd wordt. Wat ze ook aan het doen zijn, in dit geval trainen in het krachthok, als de oproep komt wordt er meteen opgetreden. “Daarom zeg ik ook, het reactieconcept is niet alleen een RRT, dat is het hele vehikel van DSI maar ook de Basis Politie Zorg, de operationele centra, de Intel-mensen en de opsporing. Daarom wijs ik bij succes altijd op de waardevolle assist van een ander. En het is vaak zo dat speciale eenheden de aandacht en de schouderklopjes krijgen. De verbinding met de BPZ is altijd enorm belangrijk om een goed stelsel van speciale eenheden te hebben”

Praeparatus Esto
Op de vraag wat de toekomstvisie van de DSI is geeft Heuff aan dat ze midden in de realisatie van het reactieconcept zitten. “We zijn ons nog steeds fijnmazig aan het organiseren om dit soort vormen van geweld aan te kunnen. Natuurlijk kijken we al wel mee met de analyses die de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) en onze intel-organisatie maken. We kunnen het nooit honderd procent voor zijn maar we kunnen wel zorgen dat we maximaal voorbereid zijn op die asymmetrische organisatievorm die terrorisme heet. Ga niet vastzitten maar blijf telkens bewust van de ontwikkeling die op je af komt en dat ze proberen je te outsmarten.  Blijf responsief. Het enige dat ik kan doen is dat we zo adaptief zijn dat we onze spreuk Praeparatus Esto (Wees Voorbereid) waar kunnen maken.”

————————

Remmert Heuff, H-DSI

Remmert Heuff begon zijn loopbaan bij de politie in 1976 op de Politieschool. Een jaar later, zo lang duurde de opleiding toen, ging hij de praktijk in om acht jaar in de BPZ zijn werk te doen. In die periode was hij ook lid van de ME (Mobiele Eenheid). In 1985 maakte hij de overstap naar het Arrestatieteam. Tot 1993 werkte hij daar als operator maar later ook als leidinggevende. Daarna ging hij naar de sectie stiekem, de Dienst Technologie en Operationele Ondersteuning. Die organisatie onderging nogal wat naamswijzigingen, zoals Dienst Specialistische Recherche Toepassingen en heet nu DLOS, Dienst Landelijke Operationele Samenwerking. Deze dienst deed en doet afgeschermde operaties zoals het plaatsen van afluister- en volgapparatuur.
Daarna volgde twee jaar op het Ministerie van Justitie als onderdeel van een Management Development traject waar Heuff toen in zat. Hij studeerde en haalde zijn Master in Strategisch Management aan de Universiteit van Utrecht en volgde de Strategische Leergang van de Politieacademie. In 2001 ging hij naar het Landelijk Rechercheteam. Toen dat team opging in de Dienst Nationale Recherche werd Heuff daar plaatsvervangend diensthoofd. In 2012 werd Heuff, bij de vorming van de Nationale Politie, diensthoofd van de Dienst Speciale Interventies. In deze periode is hij met anderen ook Algemeen Commandant MH17 geweest.

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.