Onlangs heeft 11 (NL) Air Manoeuvre Brigade (AMB) een belangrijke mijlpaal bereikt in haar korte bestaan. Tien jaar nadat 11 Luchtmobiele Brigade (KL), en acht jaar nadat de Tactische Helikopter Groep (KLu), uit het niets zijn opgericht, heeft deze ‘Joint’ gevechtseenheid haar Operationele Gereedheidsstatus (OGS) behaald. Dit gebeurde tijdens een Field Training Exercise (FTX), ‘Gainful Sword’ genaamd, welke van 13 tot 30 oktober 2003 in Polen is gehouden. Dutch Defence Press zat, tijdens deze megaoefening, op de eerste rang.

Hoewel 11 AMB de voornaamste speler was, springt ook een ander aspect in het oog. Namelijk ‘Combined’, naast ‘Joint’, één van de sleutelbegrippen binnen de NAVO. Dit uitte zich door de deelname van circa 7000 militairen uit twaalf landen. Hiervan waren er ongeveer 5,500 te velde in Polen. De oefening – onder auspiciën van 1 German/Netherlands Corps (GNC) – stond voornamelijk in het teken van het vaststellen en evalueren van de OGS van 11 AMB. Zo werd ondermeer bekeken of 11 AMB in staat is ‘Air Assault’ operaties uit te voeren. Tijdens zo’n operatie, treden transport- en gevechts helikoptereenheden en grondtroepen geïntegreerd op, in en vanuit de lucht en op de grond. Hierbij ligt het zwaartepunt bij de drie luchtmobiele infanteriebataljons, of delen daarvan. Transportheli’s zullen dan in een zo kort mogelijke tijd een massa infanteristen en materiaal, benodigd voor de opdracht, invliegen, terwijl AH-64 D Apache gevechtsheli’s voor de noodzakelijke beveiliging zorgen. Een voorbeeld van zo’n operatie is het vestigen van een ‘Airhead’ ver achter de vijandelijke linies. Een andere vorm van typisch airmanoeuvre optreden, die kritisch werd bekeken is ‘Air Mechanised’, hierbij voeren Apaches, onafhankelijk, gevechtshandelingen en aanvallen vanuit de lucht uit. Bij een dergelijk optreden zal de grondcomponent veelal randvoorwaarden scheppen, bijvoorbeeld met verkenningscapaciteit of door beveiliging van de locaties waar de helikopters tanken of nieuwe munitie beladen.

Bijkomend moest 11 AMB haar potentiële vaardigheden demonstreren om op te kunnen treden als ‘Initial Entry Force’ (IEF) van het 1 GNC High Readiness Force (Land) Headquarters (HRF(L)HQ). Dat is vooral voor laatstgenoemde interessant, daar deze aangewezen is om (indien nodig) op te treden als een Land Component Command (LCC) in de nieuwe NATO Response Force (NRF). Beide militaire middelen, HRF(L)HQ en 11 AMB, zijn belangrijke elementen in de zogenoemde NRF concept dat werd overeengekomen tijdens de laatste NAVO-top in Praag (november 2002). Zo is voor de periode oktober 2003 en juni 2004 een ‘Implementation’ NRF opgericht om gedetailleerde modaliteiten uit te werken en ervaring op te doen met procedures. NRF zal zich richten op snelle inzet in het hoge gedeelte van het geweldsspectrum. Hoewel de reactietijden nog niet zijn uitgewerkt, zal naar verwachting het hoofdkwartier, maar ook een bataljonstaakgroep van 11 AMB binnen vijf dagen na een besluit gereed moeten zijn voor vertrek. De vulling geschiedt op basis van een roulatiemechanisme, waarin NAVO-landen (uitgezonderd Luxemburg en IJsland, maar inclusief Frankrijk) voor een periode van zes maanden eenheden beschikbaar stellen. Aan 1 GNC HRF(L)HQ is de vierde rotatie vanaf januari 2005 toegewezen. Uit het oogpunt van operationele effectiviteit zijn voor NRF 4 ook eenheden van de Duits/Nederlandse landstrijdkrachten voorzien. De exacte bijdrage moet nog worden vastgesteld. Uiterlijk in 2006 zal de NRF over zijn volledige operationele capaciteit van ongeveer 21.000 manschappen moeten beschikken.

Een strategische verplaatsing van ± 900 kilometer was het startsein voor 11 AMB. De brigade ontplooide  zich vervolgens in de ‘Staging Area’ (SA), in het noordwesten van Polen. Waar alle beveiligings- en bewakingstaken op de schouders van 11 Infanteriebataljon ‘Garde Grenadiers en Jagers’ kwamen te liggen. Maar waar ook de Joint Command post (JCP) van 11 AMB zich in het net meldt bij de Joint Operations Center (JOC) van 1 GNC. “Vooral het ‘Command and Control’ (C2) aspect; namelijk het plannen, aansturen en uitvoeren van Air Manoeuvre operaties is uiterst complex,” legt luitenant-kolonel J. Seyben, hoofd sectie Planning/11AMB uit. “Deze operaties vinden meestal ver in een gebied plaats dat niet door eigen eenheden wordt gecontroleerd. Dit betekent dat ze doorgaans over grote afstanden worden uitgevoerd. Dit vereist minutieus gedetailleerde planningsprocedures en synchronisatie van alle elementen van beide krijgsmachtdelen. Het is vooral zaak om de juiste randvoorwaarden te scheppen. Zaken zoals luchtruim coördinatie, het verkrijgen van veilige vliegroutes (corridors) en vuursteun compliceren ons planningsproces. Maar ook de hoge tijdsdruk, de ruimtefactoren, de in te zetten middelen en het weer, die allen op zich een aparte toegevoegde uitdaging vormen. Omdat wijzigingen in de uitvoering ten opzichte van initiële plannen alleen zijn door te voeren als benodigde middelen daarvoor (tijdig) zijn ingevlogen moeten op voorhand meerdere ‘contingencies’ (mogelijkheden) zijn uitgewerkt. Een gedegen liaison en parallelle planning met het JOC is hierbij onontbeerlijk. Dit alles heeft invloed op de uitvoering van ons operationeel besluitvormingsproces (OBP). Daarom zijn de ‘joint’ karakteristieken van 11 AMB het meest zichtbaar in de JCP. Beide staven zijn hier volledig in elkaar versmolten. In alle secties zijn de stoelen minimaal dubbel bezet door zowel land- als luchtmacht specialisten. Deze integratie van twee krijgsmachtdelen op brigadeniveau is uniek in de wereld.”

Het gezegde ‘kennis is macht’ is zeker van toepassing tijdens het plannen en uitvoeren van Air Manoeuvre operaties. Informatievoorziening is een belangrijke factor. “Als men tijdig (near real-time) beschikt over de juiste informatie, kan men zijn middelen het meest effectief en efficiënt inzetten,“ vertelt majoor R. van der Linden, informatie adviseur bij 11 AMB. “Om deze kennis voor iedereen beschikbaar te stellen maken wij op brigade niveau gebruik van ISIS (Integrated Staff Information System). Liep men voorheen af en aan met overzichtskaarten, om de voortgang van een operatie letterlijk in kaart te brengen, met ISIS krijgt iedere gebruiker exact dezelfde informatie van de operatie voorgeschoteld op hun displays. Iedereen heeft daarmee het actuele overzicht over alle posities en beschikt tegelijk over aanvullende gegevens die relevant zijn voor de voortgang ervan. Zo komen de gevechtsplanning en de beslissing veel dichter bij elkaar te liggen. Dit heeft geleid tot een wijdvertakt netwerk, dat naar behoefte kan worden uitgebreid. De beeldschermen in de JCP tonen hierdoor dezelfde situatie als op de displays in de Tactische Commandopost (TAC/CP). Deze TAC/CP – waarin ook de brigadecommandant zich bevindt – wordt met de eerste wave transporthelikopters ingevlogen om de operatie ter plekke te kunnen aansturen. Hierin wordt hij bijgestaan door een aantal stafofficieren die op aparte schermen specifieke gevechtsontwikkelingen kunnen bewaken en hierop anticiperen. Vaak bevindt men zich hierbij in geaccidenteerd terrein, ver van alle moderne gemakken. Onder dit soort omstandigheden kan men zich voorstellen hoe essentieel directe informatievoorziening is. Het nieuwe TITAAN (Theater Independent Tactical Army and Airforce Network) als tactische communicatiedrager biedt ons alle functionaliteiten en bandbreedtes die we nodig hebben. Waar ook ter wereld, ongeacht het terrein, TITAAN is in de lucht. Het Duitse C2 systeem ‘HEROS’ zal volgend jaar zijn intrede doen bij het hoofdkwartier van 1 GNC. 11AMB is dan in staat om informatie naadloos, van hoog naar laag en omgekeerd, met HEROS uit te wisselen.”

Tijdens de eerste actie heeft 11 AMB tot taak om gegijzelde waarnemers te bevrijden. De met rijp bedekte velden ontdooide langzaam in de oktoberzon als een paar Apache gevechtsheli’s verkenningen uitvoeren rond het dorpje ‘Nowy Mur’. Ondertussen vliegt, enkele kilometers naar het noorden, de ‘helikopter package’ bestaande uit meerdere CH-47D Chinook en AS 532 Cougar transportheli’s richting hun landingzones (LZ’s), ten oosten en westen van het oord. In no-time zetten vier Chinooks de Alfa- en Bravo-cie van 13 infanteriebataljon, regiment Stoottroepen Prins Bernhard, aan de grond. Terwijl Bravo de zone beveiligt, snelt Alfa richting het dorp. Verder naar het westen worden Poolse luchtmobiele militairen van 25 (PL) Air Cavalry Brigade afgezet met MI-17 helikopters om ‘blocking positions’ in te nemen. De Charlie-cie doet hetzelfde in het oosten. De Stoters trekken, in een gecoördineerde aanval met de Apaches, het dorp in. Hierbij hebben ‘snipers’ met hun precisievuur de meeste weerstand uitgeschakeld, wat een snelle inval in het dorp mogelijk maakte en de waarnemers werden geëvacueerd. De dekking van de Apaches was ook van onschatbare waarde, want door hun beveiliging rond het dorp konden er geen vijandelijke versterkingen worden aangevoerd.

Een eenheid als 11 AMB is voor iedere vijand een ‘high-value’ doel om van te watertanden. Reden dat de SA ver in eigen gebied is gelegen om haar veiligheid te garanderen. “Echter de ‘footprint’ (bereik) van 11 AMB is ± 150 km,” zegt majoor T. Beaufort, S4/11AMB. “Om deze te verlengen tijdens diepe operaties, zal het bijna altijd noodzakelijk zijn een ‘Forward Operating Base’ (FOB) veilig te stellen. Zo’n springplank wordt bij voorkeur ingericht ver naar voren en deze kan zelfs in een ‘semi-permissive’ omgeving liggen. De logistieke gevechtstrein zal ook in de nabijheid ervan een ‘Forward (Arming) & Refuelling Point’ (F(A)RP) uitbrengen. Van daaruit kunnen de Apaches in hun ‘holding area’ gaan hangen in afwachting op hun opdracht. Onze logistieke ondersteuning wordt tijdens inzet vooral gekenmerkt door een grote vraag naar vliegtuigbrandstof en munitie. Krijgen de helikopters nauwelijks of geen peut en is de munitie schaars, dan besef je voorin onmiddellijk dat de logistiek een belangrijke schakel is in het OBP.”

Een hoogtepunt tijdens de oefening was het feit dat Koninklijke hoogheid Prins Willem-Alexander de oefening bezocht en zijn interesse – als Grenadier – in alle aspecten ervan toonde. Helaas moest hij zijn vlucht in een Apache gevechtshelikopter, door een sneeuwfront, voortijdig afbreken zonder een schot te hebben gelost. Een ander hoogtepunt bestond uit een massale Air Assault operatie bij nacht, diep in vijandelijk gebied. De opdracht van deze missie was het vermeesteren van twee ‘sites’ met lanceerinrichtingen voor chemische wapens. “Hierbij zullen de Cougar en de Chinook transportheli’s hun lading van materieel en infanteristen intern vervoeren,” vertelt Seyben. “Dit heeft als voordeel dat men sneller, beweeglijker en lager kan vliegen, maar ook in een mum van tijd de lading kan lossen. Hierdoor is men minder kwetsbaar. Het nadeel hiervan is dat men wel minder lading meevoeren als bij externe ladingen. Voor het eerst zullen er ook meerdere LZ’s in de eerste wave gebruikt worden. Enerzijds vanwege het verrassingseffect en anderzijds omdat het – vanwege de grote afstand tussen de twee sites – noodzakelijk is.” Voorafgaand aan de landingen hebben de Apache ‘crews’ de nacht van hun leven. “Gehuld in totale duisternis namen wij de overgebleven Poolse SA-8 SAM raketsystemen op de korrel,” vertelt luitenant Van der Horst, Apache piloot. “Deze hadden een eerdere SEAD aanval door F-16’s overleefd. Hoewel zij als eerste de overwinning claimde, bewezen wij hen het tegendeel, door onze ‘on-board’ videobanden met die van hen te vergelijken. Deze beelden toonde aan dat wij hen tien minuten voordat zij hun eerste raket op ons afvuurde al vernietigd hadden.” Daarna beveiligen de Apaches de ‘transport packages’ in de lucht tot ze hun lading afgezet hebben. Waarna ze als vervolgopdracht de in het gevecht verwikkelde grond eenheden – van 12 Infanteriebataljon luchtmobiel ‘Regiment van Heutsz’ en van 13 Infanteriebataljon luchtmobiel RSPB – met hun vuurkracht van nabij ondersteunde. Voorts bleken de Apaches goed in staat om, in de diepte,  vroegtijdig de aankomende vijand uit te schakelen. In diezelfde duisternis moesten voornoemde infanterie-eenheden vol aan de bak om de hun toebedeelde aanvalsdoelen in te nemen. Vanwege de biologische en chemische dreiging zijn ze het gevecht aangegaan in tegen Biologische en Chemische wapens beschermende kleding. De dagen erna slagen de rode baretten er in tegenaanvallen van de – zelfs gepantserde – Duits/Nederlandse oefenvijand af te weren. De geïntegreerde Air Assault operatie, een van de ‘test-cases’ voor de OGS, bewees een succesformule te zijn. Hoewel deze toelichting zich richt op een air-manoeuvre optreden tegen een tegenstander hoog in het geweldsspectrum, is het van groot belang te vermelden dat het optreden van 11 AMB zeker niet alleen is voorbehouden tot operaties hoog in het geweldsniveau. Ook bij crisibeheersings- en post-conflict operaties is deze vorm van optreden uiterst bruikbaar wanneer een uitgestrekt en dun bevolkt operatiegebied moet worden gestabiliseerd. Zeker wanneer weerstand van strijdende partijen wordt verwacht.

De kleine Bölkows en zes Apache gevechtsheli’s vallen ten prooi aan het bezuinigingsmes van Defensie. “Jammer, vindt kolonel R. Hagemeijer, commandant THGKLu, “Maar ook met 24 stuks moeten we ons werk kunnen blijven doen. Vooral nu deze een rigoureus verbeteringsprogramma zullen ondergaan. De Apache krijgt dan niet alleen scherpere klauwen maar ook scherpere ogen. Ook de oude Bölkows hebben prima diensten bewezen als toestel voor de ‘Aviation Mission Controller’. De laatstgenoemde geeft sturing en leiding aan de packages in de lucht. Hoe we deze kist gaan vervangen, weten we nu nog niet.”

“Deze FTX kwam als geroepen voor ons,” meent luitenant-generaal N. van Heyst, commandant 1 GNC en in Polen tevens ‘Officer Conducting the Exercise’. “Sinds het hoofdkwartier is omgevormd tot een HRF(L)HQ hebben wij nog geen kans gehad om tijdens een FTX ervaring op te doen met Air Manoeuvre operaties,” vertelt hij. “Ik was dan ook zeer onder de indruk van de professionele instelling, flexibiliteit en enthousiasme van deze unieke gevechtseenheid. Ze is een sprekend voorbeeld voor elk ander land dat ook zo’n eenheid nastreeft. Ik ben van mening dat het noodzakelijk is eens per drie jaar een veldoefening op deze schaal te houden. In bovengenoemd opzicht leende ‘Gainful Sword’ zich ideaal voor 1 GNC om zijn eerste ervaringen op te doen als LCC in het plannen en uitvoeren van ‘joint’ and ‘combined’ operaties tijdens een ‘First Entry’ operatie.”

Na het in ontvangst nemen, door de luitenant-generaals M. Urlings en D. Berlijn, respectievelijk de bevelhebbers van de land- en luchtstrijdkrachten, van het eerste exemplaar ‘Leidraad Air Manoeuvre’ was het de eer aan beide generaals om 11 AMB operationeel gereed te verklaren. “Na dik tweeënhalf jaar van gericht trainen, waarin ik en mijn eigen brigadestaf de touwtjes zelf in handen hadden was het een uitdaging om door een hoger niveau te worden aangestuurd,” vertelt brigadegeneraal P. van Uhm, commandant 11 AMB. “We zijn voor goud gegaan en dat is het geworden. Ik ben dan ook ontzettend trots op deze club. Vanaf nu kunnen we naar iedere ‘hot spot’ op de wereld. Is dat nu Irak? Ik houd er rekening mee en zijn we bezig met de voorbereidingen. Als we gaan, dan het liefst met onze gevechts- en transportheli’s. Dat is het concept van de toekomst en wij kunnen het als één van de weinige binnen de NAVO. Wat dat betreft is 11 AMB een kroonjuweel in de gereedschapkist van defensie en politiek Den Haag. Het bereiken van de OGS wil echter niet zeggen dat wij daar al te letterlijk bij blijven stilstaan. Ten slotte, als je stopt met beter worden, houd je op goed te zijn.”

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.