De KL heeft haar eerste stappen in het informatietijdperk gezet. Vooral de in rap tempo veranderende taken zijn daar debet aan. Tegenwoordig kunnen eenheden in een steeds groter gebied optreden. Dit door de toegenomen mobiliteit en de verbetering van wapen-, sensor- en communicatiesystemen. Het gevolg is dat commandanten op de diverse niveau’s vaak geen direct visueel contact meer hebben met hun ondercommandanten, individuele militairen en wapensystemen. Recente ontwikkelingen op informa­tie- en communicatietechnologie (ICT) maken het nu echter mogelijk die nadelen voor een belangrijk deel op te heffen. Ook is het belang van een snelle en betrouwbare informatievoorziening een kritische succesfactor geworden. Zowel bij militaire als ook bij humanitaire operaties. In een conflictsituatie geldt dan ook dat de best geïnformeerde partij de meeste kans heeft om victorie te kraaien. En bij vredes- of humanitaire acties kan een goede informatievoorziening mensenlevens redden of menselijk leed beperken. Informatie zal in die situaties de belangrijkste productiefactor worden en geavanceerde ICT zal van doorslaggeven­de betekenis zijn. Hoe beter en sneller de informatievoorziening, des te adequater de besluitvorming en de reactie op een situatie. DDP bekijkt de ontwikkeling, intro­ductie en gevolgen van Command, Control, Communication & Information (C3I) ondersteunende technologie, ook wel aangeduid als ‘digitalisatie van het gevechtsveld’.

Command & Control (C2) Support Centre: Tot voor kort was het werken met grote landkaarten en berichten versturen via veldtelefoons nog heel gewoon. In de nabije toekomst zal waardevolle informatie voor iedere speler tijdens een operatie (near) real?time op computerschermen zichtbaar (moeten) zijn. Van divisie tot brigade, van bataljon tot het enkele wapenplatform. De totstandkoming van een dergelijke intergraal informatiesysteem vroeg om een geïntegreerde aanpak enerzijds en een modulaire opzet anderzijds. De SHAPE werkgroep Army Tactical Command & Control Information System (ATCCIS) heeft de basis gelegd voor de ontwikkeling van de C2 systemen. Dit was van oorsprong een samenwerkingsverband van NAVO gelieerde landen is, die de noodzaak inzagen van een overkoepelende standaard voor internationale informatiesystemen. Deze hield een set richtlijnen in waaraan een fysiek datamodel, het replicatiemechanisme en de architectuur voor een modern C3I systeem moest voldoen. Systemen moest men onderling kunnen koppelen. Hiermee wilde men bereiken dat tijdens internationale operaties de informatie voor elk deelnemend land toegankelijk zou zijn, zodat de samenwerking zo doelgericht mogelijk verloopt. Elk land behield het recht om zelf zijn uiteindelijke productkeuzes te maken mits het aan de afgesproken standaard voldoet. Ook Nederland heeft aan de werkroep deelgenomen. Naar aanleiding van de resultaten van deze werkgroep ATCCIS heeft Nederland besloten zijn C2 activiteiten die verspreid waren over verschillende onderdelen te bundelen in het Command & Control (C2) Support Centre (C2SC) in Ede. De mede hierdoor opgebouwde expertise heeft tot gevolg gehad dat het nu met een aantal toepassingen vooruitloopt op die van andere landen. Bij het C2SC wordt vooral gekeken naar de evolutionaire ontwikkeling van systemen en de directe gevol­gen hiervan. Met andere woorden: hoe gaat men ermee om, hoe overtuigd men com­mandanten van de voordelen en hoe leid men gebruikers op.

Integrated Staff Information System (ISIS): Kapitein Ing. E.J.E. Doelitzsch, trainer C2SC verbonden aan Allied Command Europe Mobile Force-Land (AMF-L) en kapitein M.A. Molenaar, trainer C2SC en verbonden aan 1 GE/NL Corps leggen ISIS nader uit. “Op de ATCCIS C3I architectuur is onder andere ISIS ontwikkeld”, vangt Doelitzsch aan. “ISIS is een digitaal C2 ondersteuningssysteem die alle staven – van brigade tot en met 1 (GE/NL) Legerkorps – tot hun beschikking hebben. Het is een systeem dat evolutionair en projectmatig wordt ontwikkeld. Telkens worden nieuwe onderdelen van het systeem opgeleverd, dat gebruikers onder operationele omstandigheden testen. Deze testresultaten gebruiken wij op onze beurt weer om het systeem verder te optimaliseren en perfectioneren. Op dit moment is men druk bezig om ISIS versie 3.0 te ontwikkelen. Op deze wijze heeft de KL in korte tijd een relatief goed werkend systeem ontwikkeld tegen minimale kosten. Wat mede te danken is door toepassing van zo veel mogelijk van de plank gekochte civiele producten. Waarmee tegelijk het risico dat technologische ontwikkelingen de projectresultaten inhalen vermeden wordt. Het hart van ISIS wordt gevormd door een op Microsoft Windows (2000) NT ® gebaseerd besturingssysteem en applicaties. Bijkomend voordeel is de grote herkenbaarheid bij gebruikers. Een geografisch informatie systeem (GIS) en een ‘order of battle’ (ORBAT) applicatie zijn een bestandsdeel hiervan. Deze producten zijn dusdanig krachtig, dat het gericht toepassen ervan al een groot deel van de operationele informatiebehoefte afdekt. Het GIS is een geavanceerde systeemapplicatie die op elektronische wijze de situatie in een geografisch gebied snel in kaart kan brengen. Hierdoor wordt het tijdrovende gebruik van plastic oleaten overbodig. Momenteel gebeurt dit nog in een tweedimensionale vorm. De ORBAT stelt staffunctionarissen in staat zeer snel – elektronisch – vijandelijke en eigen eenheden van diverse grootte, sterkte en functionaliteit in het systeem in te voeren. En deze vervolgens een plaats, richting of status op de kaart te geven. Tijdens operaties kan men veel tijdwinst boeken door gebruik te maken van de Operational Order Template die in de ISIS programmatuur is aangemaakt. Dit is een uitstekende vervanger van het huidige Standaard Operatie Bevel. Met een druk op de knop is iedereen die het moet weten op de hoogte van een eenduidig operatiebevel. Een andere absolute voorwaarde voor een goed C2 systeem is de mogelijkheid om berichten uit te kunnen wisselen. Daarvoor is een nieuw Tactical Message Service (TMS) berichtensysteem ingevoerd die het huidige Message Transfer System vervangt. TMS is gebaseerd op het populaire programma Microsoft Outlook®, maar dan in een militaire enveloppe geplakt. Typische kenmerken van formele militaire berichten zoals classificatie, prioriteit en Subject Indicator Code (SIC) zijn onderdeel van dit programma en zorgen ervoor dat geclassificeerde berichten bij de juiste staven en personen terecht komen. Men kan ook zien of de ontvanger het bericht wel leest. Van alle handelingen in ISIS wordt een archief bewaard voor onder meer latere ‘lessons learned’.”

Niet onvermeld mag blijven dat ook de hoogste stafniveuas vanuit ISIS het overzicht kunnen behouden op mensen en materieel. Zowel onder vredesomstandigheden als tijdens uitzendingen en operaties. Binnenkort valt bij defensie de beslissing over de aanschaf van een nieuw informatievoorzieningssysteem. Eén van de aanbieders is het wereldwijd opererende SAP, dat ook een Nederlandse vestiging heeft. Volgens A. Frohwein, directeur public sector van SAP Nederland is SAP op alle niveaus te koppelen met ISIS en TITAAN. “Zelfs op peletonsniveau, maar hiervoor zijn zware argumenten nodig. Het beste is tijdens operaties bij een ‘Point of Debarcation’ een link te leggen naar ISIS met volledige SAP-functionaliteit. De data hoeft dan maar één keer ingevoerd te worden, in ISIS. Daar waar de logistieke processen plaatsvinden, dat is bepalend voor de inzet van SAP”, aldus Frohwein. Als voorbeeld noemt hij de inzet van het Nieuw-Zeelandse leger op Oost-Timor. “Dat gebeurde met een volledige SAP backing.” Zowel ISIS als SAP maken gebruik van het XML-protocol voor het verwerken van data. De verplichte NATO-protocollen zitten volledig in SAP. “Als geen ander is SAP in staat het personeeels-, logistieke en competentiemanagement bij elkaar te voegen. Het inzicht in de geldstroom en dus de kosten is dan altijd helder. Zowel voor de NATO-protocollen and intern bij Defensie.”

Network Centric Warfare: “ISIS wordt met behulp van een gesloten Tactical Local Area Network Facillety (TALANFA) via satelliet-, lijn-, radioverbindingen of straalzenders, afhankelijk van de afstanden en operationele omstandigheden, aan elkaar gebreid tot één groot intranet”, vult Molenaar aan. “Daarvoor komen nu nog het Nederlandse Zodiac (ZOne DIgitaal Automatisch beveiligd Communicatiesysteem) of het Duitse Autoko 90 in actie. Zij het dat dit potentieel niet meer tot zijn recht komt, doordat Zodiac sterk verouderd is en niet meer aan de moderne eisen voldoet. Na zorgvuldige afweging van kosten en gelet op toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot ICT, kiest de KL voor een nieuw systeem, het zogeheten Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network (TITAAN). Dit toekomstige mobiele verbindingssysteem zal de snelheid van C2 systemen opvoeren tot die van een Formule 1 bolide. ISIS zal in de nabije toekomst volledig integreren met andere geautomatiseerde commandovoe­ringssystemen (zoals Battlefield Management System (BMS) en het Artillery Fire Support Information System (AFSIS), sensorsystemen en het ICT­ gedeelte in wapensystemen. Dat zal worden samengeknoopt tot één netwerk. Dit is de eerste stap om de  Network Centric Warefare (NCW) filosofie gestalte te geven. Dit wordt binnen NCW ook wel de entry fee genoemd. Daartoe moeten C3I-sys­temen zonder menselijke tussenkomst en zonder vervuilende en vertragende koppelvlakken informatie kunnen uit­wisselen. Dat is de benadering waar we naartoe willen groeien.”

Operationeel bewustzijn: “ISIS is er voornamelijk op gericht om infor­matie sneller in te winnen, beter te verwerken en effectiever bevelen of berichten via spraak, dataverkeer of videobeelden uit te wisse­len”, vervolgt Doelitzsch zijn verhaal. “Informatie wordt dusda­nig gestroomlijnd dat er een volledig, duidelijk en up-to-date beeld, afgestemd is op de behoefte van de commandant, van het gevechtsveld ontstaat. Het stelt commandanten in staat om snellere en betere beslissingen te nemen. Het zal in de toekomst steeds belangrijker worden dat wij beschikken over zogenaamde informatie dominantie. Dit is een situatie, waarbij jezelf over alle noodzakelijke informatie beschikt. Maar waarbij je er ook voor zorgt dat je opponent onvoldoende informatie tot zijn beschikking krijgt en dat je binnen de beslissingscirkel van je tegenstander komt. Degene die sneller optreedt dan zijn tegenstander heeft als voordeel dat de tegenstander alleen maar kan reageren. Waarbij ‘digitalisatie’ de sleutel vormt tot een hoog C2 tempo, dit om de vijand pro-actief aan te pakken in plaats van passief te reageren. Digitalisatie moet ondermeer leiden tot een sterk verbeterde Situational Awareness (SA). SA is een toestand van ‘operationeel bewustzijn’ van iedere individuele militair waar­in een hoge mate van inzicht bestaat van dat specifieke deel van het gevechtsveld dat van invloed is op het eigen optreden. Het geeft antwoord op de meest basale vragen van iedere militair: waar ben ik. Waar zijn mijn collega’s, waar de andere eigen een­heden? Waar is de tegenstander? Hoe ziet het terrein eruit? Waar zijn er obstakels (mijnenvelden en dergelijke)? Wat is mijn opdracht (evenals de ‘commanders intent’)? Je hebt dus een helder idee van waar je mee bezig bent.

Synergie en snelheid: Het C2 tempo versnellen bereik je onder meer door gelijktijdig op verschillende niveaus aan planning te kunnen werken. Vooral het streven om een gezamenlijk en iden­tiek beeld te hebben van de werkelij­ke situatie is zo oud als de krijgsge­schiedenis. Maar door digitalisatie wordt dit optimaal mogelijk. Dit noemt men een ‘common operational picture’ en is de visualisatie van SA. De ‘common operational picture’ is een samengestel­de digitaal beeld van tactische en/of ­operationele informatie. Het komt zo snel en zo compleet mogelijk op het beeldscherm van een ieder die deze informatie nodig heeft. Operatiebevelen en -oleaten kunnen hierdoor snel worden herzien en verspreid. Want zodra een actie wordt ingezet (bijna geen enkel plan overleeft het eerste contact met de vijand) komen er snel nieuwe gegevens vrij. Deze zullen, al dan niet na analyse, input vormen voor de wijziging van de ‘common operational picture’. Zo zullen actuele gegevens wat betreft de gewij­zigde disposities van eigen eenheden en platforms (near) real-time ter beschikking zijn. Dit geeft de moge­lijkheid om, indien noodzakelijk, snel te reageren op de veranderende situ­atie. In plaats van te wachten tot de actie voorbij is. Het is daarmee hét instrument om synergie en snelheid in operationele processen te bewerkstelligen. Dit voor zowel planningsdoeleinden als gevechtsleiding. Commandanten werken straks dus niet meer alleen. Meer individuen hebben toegang tot dezelfde informatie en kunnen hierop gaan reageren. Wederzijds vertrouwen en inzicht in elkaar sterke en zwakke punten zijn dan ook nodig voor een succesvolle benutting van systemen als ISIS.

Gezamelijk: De C2SC rust overigens niet alleen de gemechaniseerde landmachteenheden uit met ISIS. Ook 11 Luchtmobiele Brigade, samen met de Tactische Helikoptergroep verenigd in de Air Manoeuvre Brigade, krijgt binnenkort de beschikking over dit systeem. Overigens deze specialistische brigade beschikt al over een ander soort digitale C2 ondersteuningsmiddel, namelijk FELPATH (FEL Planning Aid for Transport Helicopters). Hiermee wordt de planningsfase versneld, de kans op menselijke fouten verkleind en het uitwisselen van informatie tussen brigade- en bataljonsniveau vergemakkelijkt. Met een paar muisklikken wordt de te vliegen route op de digitale kaart ingevoerd en wordt de te vervoeren lading aangegeven; de computer doet de rest. Het programma berekent het brandstofverbruik van de helikopters en het maximale gewicht dat per helikoptertype vervoerd kan worden. Indien gewenst kan zelfs de optimale vliegsnelheid voor minimaal brandstofverbruik worden bepaald. Vervolgens kunnen onder andere het aantal benodigde helikopters, de efficiëntste beladingwijze en de benodigde tijdsduur voor de verplaatsing worden vastgesteld. Op interactieve wijze kunnen de planners daarna verschillende verplaatsingsmogelijkheden doorrekenen. Binnen ‘no time’ is niet alleen de planning gedaan, maar ligt er ook al een aantal alternatieve plannen gereed voor het geval er plotseling wijzigingen optreden. Ook het Korps Mariniers koestert warme belangstelling voor ISIS, BMS en TITAAN. De KLu heeft daarom een specialist in Ede gestationeerd en ook het Korps Mariniers en de KM spelen met die gedachte. Internationaal speelt het C2SC ook een aardig deuntje mee. Zo rustte Nederland eerder al de staf van AMF-L met ISIS uit. Internationale computer ondersteunde oefeningen hebben aangetoond dat ISIS meerdere uren tijdswinst opleverde in het C2 proces. Het verbeterde overzicht van het gevechtsveld stelde bijvoorbeeld AMF-L als divisiehoofdkwartier met een kleine staf van brigadegrootte in staat is om gelijktijdig twaalf bataljons aan te sturen. Dit zonder tussenkomst van de brigade staven.”

Battlefield Management System (BMS): Wat voor de hogere niveaus van toepassing is, geld natuurlijk ook voor de lagere niveaus. Nu gebeurt het bijhouden van actuele tactische situaties en het plannen van militaire acties op deze niveaus nog steeds handmatig op stafkaarten. En wordt informatie vaak mondeling via de radio uitgewisseld. Ook de lagere tactische niveaus, van de enkelvoudige voertuigen (denk aan YPR, 4-tonners, Mercedes-Benz en de toekomstige Fennek). En wapensystemen zoals de Leopard 2A6 gevechtstank, tot op bataljonsstaf niveau mogen zich in de nabije toekomst verheugen op digitale ondersteuning. Namelijk een BMS, dat ook hier zorgt voor de automatische verwerving, verwerking, presentatie en distributie van gegevens over het gevechtsveld die zo actueel mogelijk zijn. Het besturingssysteem en applicaties vertonen veel overeenkomst met ISIS. Met het verschil dat onderlinge informatie-uitwisseling via een busstructuur en via FM-9000 radiomiddelen plaatsvindt. Ook de manier van bediening wijkt af: meestal zal alleen een touch screen display worden gebruikt en geen toetsenbord. In de voertuigen die van BMS worden voorzien, wordt bij de voertuigcommandant een kleine terminal gemonteerd. Verder komen in sommige voertuigen 1 of 2 extra werkstations (los of vast ingebouwd in het voertuig) die tegen een stootje kunnen. In elk voertuig wordt BMS voorzien van een ingebouwde GPS ontvanger zodat de eigen positie direct op de display, op de kaart zichtbaar is. Dit lijkt veel op de bekende navigatie systemen voor in de auto. De posities worden echter ook direct doorgegeven aan de andere voertuigen van de eigen eenheid zodat iedereen zonder verdere spraakcommunicatie op de hoogte is van elkaar’s positie. Het beeldscherm van het BMS geeft op een kaart alle relevante informatie weer. Ook kunnen onderling hindernissen zoals mijnenvelden en vernielde bruggen, routes, posities van andere voertuigen en vijandelijke of neutrale partijen ingevoerd en verspreid worden. Het BMS biedt commandanten de mogelijkheid om als het ware over de schouder van de lagere niveaus mee te kijken. En als de koppeling met ISIS gerealiseerd is krijgen bataljonscommandanten op hun beurt een idee van hoe het grotere plaatje op het operatiegebied eruit ziet. Tevens zal met behulp van het BMS, oorzaken en de gevolgen van vriendelijk vuur (fractricide) tot een minimum kunnen worden beperkt.

BMS Pilot-project: Voordat besloten wordt tot KL-brede invoering van BMS, zal dit eerst grootschalig worden getest. Dit pilot-project BMS, uitgevoerd bij 13 Mechbrig in Oirschot, komt in een cruciale fase. Eerst zal BMS in ongeveer 80 voertuigen bij een vredesoperatie (SFOR 13) worden gebruikt. Op die manier kan goed worden vastgesteld wat de waarde nu precies is van digitalisatie bij vredesoperaties. Bij vredesoperaties zijn het voornamelijk groeps- en pelotons­commandanten op wiens schouders grote verantwoordelijkheid rust. De beslissingen die zij moeten nemen, kunnen verstrekkende (poli­tieke) gevolgen hebben. Door digita­lisatie is men beter in staat gedurende een kritieke situatie snel te communiceren met zijn hoge­re commandant met behulp van beeldmate­riaal, tekst en spraak. Een advies en/of opdracht voor het aanwenden van geweld is dan sneller beschikbaar en kan daardoor tot tijdig en proportio­neel optreden leiden. Ook voor de veiligheid van personeel heeft digitalisatie grote voordelen. Informatie over de locatie van mijnenvelden of de toestand van de wegen kunnen snel, nauwkeurig en volledig worden doorgegeven. De invloed van digitalisatie zal bij gevechtsoperaties waarschijnlijk groter, en anders van karakter zijn, vergeleken met vredesoperaties. Bij een gevechts­operatie verandert het gevechtsveld continu, terwijl bij een vredesopera­tie, zoals uitgevoerd door bijvoorbeeld SFOR, er relatief weinig wijzigt in het operatiegebied. De invloed van snelle, accurate informatie is daarom groter bij een gevechts­operatie. Dit laat onverlet dat een sterk verbeterde informatievoorzie­ning significant zal bijdragen aan de verbetering van de reactiesnelheid en effectiviteit van een vredesmacht.

Information overload: Een reëel gevaar van de toegenomen beschikbaarheid van informatie is dat commandanten en staven door de bomen het bos niet meer zien. Het tegengaan van ‘information overload’ is dan ook een continu punt van zorg. In het BMS project is bijvoorbeeld veel aandacht besteed aan een eenvoudige en vooral intuïtieve vorm van bediening, juist omdat het gebruik van BMS niet de hoofdtaak van de gebruikers is. Ook door het toepassen van tech­nische en/of mentale filters kan deze informatievloed worden begrensd. Technische filters zorgen er in de eer­ste plaats voor dat in grote lijnen alleen die informatie ter beschikking komt die in beginsel bijdraagt tot de realisatie van de doelstelling. De mentale filter is iets dat alleen door veelvul­dig trainen van commandant en staf vorm krijgt. Het gevolg van digitalisatie is dat de commandant beter is geïnformeerd dan voorheen. Het gevaar bestaat hierdoor dat een commandant zich laat verleiden tot micromanagement. Door een ondercommandant te passe­ren en rechtstreeks met personeel in het veld te communiceren, ontstaan meerdere ‘kapiteins op het schip’. Echter de ondercommandant die zich in de directe nabijheid van zijn troe­pen bevindt, blijft degene die de situ­atie het beste aanvoelt. Omdat hij deel uitmaakt van die situatie, is hij dege­ne met de beste SA. Dit laat onverlet dat in bepaalde operaties een commandant recht­streeks contact kan leggen met een commandant om rechtstreeks (en dus snel) geïnformeerd te worden. Te den­ken valt aan een vredesoperatie, waarbij de politiek snel en gedetail­leerd op de hoogte wil worden gebracht. Op het digitale gevechtsveld met zijn veelheid aan informatie, zijn (near) real-time SA, met parallelle processen en veel hogere tempo vergt veel meer van een commandant en zijn staf dan voorheen het geval was. Zij moeten ook veel beter leren waar zij zich in principe wel en waar zij zich doorgaans vooral niet (!) mee moeten bemoeien.

Opleiden en trainen: Het aantal informatiesystemen zal in de toekomst alleen maar sterk toenemen. De nog steeds toenemende kwaliteit, kwantiteit, presentatie­mogelijkheden en vooral de snelheid waarmee informatie ter beschikking komt, geeft een tendens te zien die tot nauwkeurige afstemming en efficiëntie zal leiden. Hierdoor zullen we er ook afhankelijker van worden. Men zal ervoor moeten waken om dan ook altijd in staat te zijn om indien nodig weer terug te kunnen grijpen naar meer traditionele systemen zoals pen, potlood, papier en de kaartenmap. Dit zal ook leiden tot een grotere behoefte aan ondersteuning van staven bij het gebruik daarvan. Een goede getraindheid is hierbij een vereiste. Dit kan worden bereikt door deelname aan grote (internationale) oefeningen en uitwisselingen met andere NAVO-partners. Hierdoor worden eenheden en hun commandanten gedwongen onder grote tijdsdruk alle ter beschikking staande middelen aan te wenden. Vooral om het feit dat je in toekomstige operaties altijd internationaal en samen met andere krijgsmachtonderdelen zult optreden. In een omgeving waarin men ook nog eens de kans loopt contact te moeten onderhouden met civiele organisaties, is het duidelijk dat interoperabel militair (het onderling en internationaal samenwerken) van deze systemen een uiterst belangrijke zaak is. Deelneming aan NAVO-oefeningen moet bovendien uitwijzen of de doctrine, de procedures en het materieel voldoende op die van de bondgenoten en eigen behoefte zijn afgestemd. Dergelijke oefeningen leveren, met de ervaringen opgedaan in vredesoperaties, belangrijke informatie op voor de aanpassing van doctrines en procedures en voor de vaststelling van materieelbehoeften.

Revolutie: De verschillende toepassingen van moderne ICT tonen aan dat er sprake kan zijn van een revolutie bin­nen het militaire operationele denken. Deze is ongeveer te vergelijken met de introductie van de tank in het begin van de vorige eeuw. De tank was een nieuw fenomeen op het slagveld en – als zo vaak met de toe­passing van nieuwe ideeën – in eerste instantie weinig succesvol. Echter onze oosterburen slaagden er in de tank in hun doctrine op te nemen. En mede door het gevolg van het durven uitvoeren van expe­rimenten met nieuwe middelen, wisten ze de capaciteit en effectiviteit van het systeem volledig uit te buiten. Digitalisatie heeft echter een raakvlak met alle functies van militair optreden op het tactische niveau: commando­voering, inlichtingen en militaire informatie, manoeuvre, vuursteun, bescherming en verzorging. En daarmee wordt C2 ondersteuning via digitalisatie een wezenlijke ‘Force Multiplier’. Samen met al deze technologische vooruitgang zal men één ding goed voor ogen moeten houden. De mens zal deze systemen moeten bedienen, er mee moeten kunnen omgaan en ook de veranderingen kunnen opvangen. Alleen dan heb je een goed werkend systeem. De kunst was en is om de juiste eenheden in de juiste combinatie op de juiste plaats op het juiste moment te krijgen, en dat dan ook nog eens gecoördineerd op te laten treden. Immers het juiste wapensysteem op het juiste moment op de juiste plaats is meer waard dan een complete Brigade een dag te laat.

Related Posts

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.