Calamiteitenhospitaal oefent in het grootFeatured

Calamiteitenhospitaal oefent in het groot

Een gasexplosie op een van de bovenste verdiepingen doet het Centraal Militair Hospitaal (CMH) in Utrecht op zijn grondvesten schudden. Binnen een mum van tijd staat de verdieping vol rook en de brandweer gaat het vuur te lijf. Tientallen mensen, patiënten en personeel moeten gewond zijn geraakt en hoe dan ook zal het overgrote deel van het hospitaal geëvacueerd moeten worden. Brandweerlieden en personeel van andere afdelingen schieten te hulp om de gewonden zo snel mogelijk naar een veilige plek te brengen. Gelukkig is het Calamiteitenhospitaal dichtbij, op de begane grond van het CMH. Daar stroomt gelijk met de slachtoffers het personeel binnen dat is gealarmeerd. Alle registers worden open getrokken en alle protocollen opgestart om de gewondestroom in goede banen te leiden. Patiënten gaan eerst naar de triage waar artsen en verpleegkundigen de ernst van de verwondingen vaststellen. Pas daarna worden ze naar binnen gebracht om een eerste behandeling te krijgen.

  

Het mag duidelijk zijn dat het hierboven genoemde incident niet echt is maar onderdeel van het scenario dat op een zaterdag wordt geoefend in het Calamiteitenhospitaal. De gewonden, in totaal voor deze oefening rond de honderdvijftig, zijn vrijwilligers van LOTUS (Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers) die zich tot op het enge af inleven in hun rol. Het personeel is echt.

Het Calamiteitenhospitaal is een samenwerking van het ministerie van Defensie en het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU). Bij de nieuwbouw van het CMH is er toendertijd gelijk een militair noodhospitaal gebouwd op de begane grond van hetzelfde pand. Het CMH en UMCU zijn directe buren en dat is natuurlijk geen toeval. Het noodhospitaal werd ingericht om grote aantallen militaire slachtoffers te kunnen opvangen en behandelen. Later is bepaald dat het noodhospitaal ook gebruikt kan worden voor civiele slachtoffers en is de naam veranderd in Calamiteitenhospitaal.

  

De dagelijkse leiding van het Calamiteitenhospitaal is in handen van een militaire commandant, kapitein Ingelise Nieuwenhuijse. Een team van negen personen, logistiek, ICT en secretariaat onder leiding van de kapitein zorgt ervoor dat het hospitaal te allen tijde binnen dertig (30) minuten operationeel kan zijn. Dat kan natuurlijk alleen omdat het medische personeel van het naastgelegen UMCU meteen kan worden ingezet onder leiding van leidinggevende artsen en verpleegkundigen die bovenformatief in het UMCU werken. Zij kunnen dus bij alarmering meteen naar het Calamiteitenhospitaal gaan om daar hun werk te doen. Overig personeel wordt gealarmeerd via een geautomatiseerd systeem.

  

  

Ondertussen is het op de triageplaats een gecontroleerde chaos. Gekleurde petten wekken de schijn van een vrolijke boel maar die hebben wel degelijk nut. Leidinggevende artsen zijn te herkennen aan een groene pet, leidinggevende verpleegkundigen aan een rode. Personeel met gele petten zijn verantwoordelijk voor het bijhouden van de patiëntenadministratie. Juist als er tientallen patiënten tegelijk binnen komen is die uitermate belangrijk. Dat begint al op de triageplaats als ze per patiënt een genummerd formulier bijhouden. Dat nummer correspondeert met een armbandje dat elke patiënt om krijgt. Het formulier en het bandje blijven bij de patiënt. Een arts bekijkt de verwondingen en geeft de patiënt een code. Die geeft aan naar welke afdeling de patiënt gaat voor de eerste behandeling. De zwaartste gevallen gaan naar de spoedeisende hulp waar trauma-artsen, chirurgen, specialisten en verpleegkundigen van alle disciplines klaarstaan om de patiënten te onderzoeken en behandelen. Maar niet voordat de patiëntengegevens in een computersysteem zijn opgeslagen en er foto’s van de patiënt zijn gemaakt. Zo is er altijd duidelijk waar die zich in het Calamiteitenhospitaal bevindt.

  

“We hebben plaats voor tweehonderd patiënten”, verteld kapitein Nieuwenhuijse. “Bij gebeurtenissen waarbij het aantal patiënten te veel wordt voor de lokale ziekenhuizen kunnen wij worden geactiveerd. Zo blijft de zorg op alle niveaus gegarandeerd. Wij vormen een buffer voor maximaal vijf dagen.” Op het moment van de oefening zijn er tussen de driehonderd en driehonderdenvijftig mensen aan het werk in het Calamiteitenhospitaal. Om dat vol te kunnen houden is het belangrijk dat ook het personeel zorgvuldig wordt bijgehouden. Naast de gealarmeerde personeelsleden van het UMCU komen er ook van andere ziekenhuizen mensen helpen. “Ook melden zich bij calamiteiten verpleegkundigen, ook uit andere regio’s, spontaan bij ons aan. Die registreren we en kunnen we als het nodig is op een later tijdstip oproepen.”

  

  

“In het verleden hebben we altijd geoefend met externe calamiteiten”, verteld Nieuwenhuijse. “Dan komen ze allemaal netjes via de triageplaats met ambulances binnen. Door nu een intern incident te hebben in het scenario komen patiënten opeens op verschillende plaatsen het Calamiteitenhospitaal binnen. We zitten tenslotte in het zelfde gebouw. Dan kan de registratie van die patiënten mislopen.” En inderdaad komen er slachtoffers “verdwaast” aangelopen met het infuus in de broekzak. De LOTUS-slachtoffers spelen dat ze, als patiënt van het CMH na de explosie op eigen kracht hulp zoeken. De beveiligers van het ziekenhuis en vrijwilligers van het Rode Kruis ontfermen zicht over hen.

  

Op de spoedeisende hulp is het een ware mierenhoop van mensen. naast het noodzakelijke medische en administratieve personeel lopen er een behoorlijk aantal observators rond die elk aspect van de oefening onder de lopen nemen. Elk “slachtoffer” heeft op de behandelafdeling ook een medewerker van de oefenleiding bij zich die het medische personeel voorziet van informatie over de patiënt, zoals de aard van de (niet zichtbare) verwondingen en andere medische gegevens. “Het ziet er uit als chaos maar de zorg verloopt goed”, verzekerd de kapitein.

  

“We oefenen nu niet alleen de inzet van het Calamiteitenhospitaal maar met het interne incident ook de bedrijfshulpverlening van het CMH en UMCU. We krijgen zo inzicht in de procedures en waar we ze moeten aanscherpen. Onze laatste openstelling was bij de wateroverlast bij het VU in Amsterdam in 2015. Alleen door alle procedures te oefenen kunnen we blijven verbeteren”, besluit kapitein Nieuwenhuijse.

Related Posts

1 Comment

  1. 'Danger Close' - Gerard van Oosbree Fotografie
    dinsdag, 1 mei 2018 at 20:50

    […] Het complete artikel staat hier: http://www.dutchdefencepress.com/calamiteitenhospitaal-oefent-groot/ […]

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.