Unieke waardering uitgereikt aan eerste rotatie TF-55
vrijdag, 21 maart 2014 – 13:47 | No Comment

Vanwege uitzonderlijk en lovend optreden in Afghanistan heeft 105 Commandotroepencompagnie (Cotrcie) van het Korps Commandotroepen (KCT) op vrijdag 21 maart 2014 uit handen van de Commandant Landstrijdkrachten (C-LAS) luitenant-generaal Mart de Kruif het Bronzen Schild …

Read the full story »
Headline

Assignment

Featured

Gallery

Review

Home » Featured

Battle-Group 8 van start, Van Heutszers opnieuw richting Uruzgan

Submitted by on donderdag, 13 november 2008 – 22:26No Comment

In 2006 beet 12 Infanteriebataljon (Air Assault) Regiment Van Heutsz het spits af als eerste Battle Group van Task Force Uruzgan. Nu, twee jaar later, gaan ze weer als Battle Group 8. Leo van Westerhoven sprak met de commandant, luitenant-kolonel Jan Swillens, over de voorbereiding voor de missie en de ontwikkeling daarin ten opzichte van twee jaar geleden. Ook blikken we samen alvast vooruit op de uitzending.

De verlenging van de Nederlandse ISAF missie in Uruzgan, betekent voor het gros van 12 Infanteriebataljon (Air Assault (AASLT)) Regiment Van Heutsz (RvH), dat het tijdens de komende, Afghaanse winter opnieuw de kern vormt van de Battle Group (BG) in Uruzgan. De A ‘Java’- en B ‘Wonju’ compagnieën van het bataljon en de A ‘Goose’ compagnie van 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers vormen samen de gevechtskracht. Een peloton verkenners van 42 Brigade Verkenningseskadron in hun lichte Fenneks en het organieke, luchtmobiele verkenningspeloton fungeren als de ‘ogen en oren’ van de BG. “Helaas moeten wij onze eigen C ‘Nudae/Red Devil’ compagnie achterlaten,” zegt overste Swillens, commandant 12 Infanteriebataljon (AASLT). “Mijn teleurstelling hierover wordt alleen overtroffen door die van de Red Devils zelf. Zij zijn vanaf 1 november als Air Assault compagnie onder bevel gesteld bij BG-9. Deze BG is verder onder meer samengesteld uit de staf van 11 Tankbataljon en militairen van 17 en 42 Pantserinfanteriebataljon. Zij nemen medio maart 2009 het stokje van ons over.”

Geheel 2008 stond in het teken van de uitzending. “Het begon al toen ik het commando overnam in juli 2007,” vertelt Swillens. “Ondanks dat het bataljon toen nog in de recuperatiefase zat, was er al een discussie gaande over de verlenging van de missie. Ik besloot toen het opwerktraject alvast te starten om de bataljonsstaf die voor 80% opnieuw geformeerd was, hiervoor te trainen in het besef dat bij aanwijzing de voorbereidingstijd krap zou zijn.

In januari en april is het bataljon met voorrang gevuld. Ook al zijn die nieuwe soldaten prima opgeleid, het bataljon moet er nog wel mee aan de slag voordat ze op groeps-, pelotons- en compagniesniveau kunnen optreden. Wel ontstaat er zo een gezonde mix van nieuw en ervaren personeel. Veel zittend personeel is intern van functie gewisseld. Soldaten die er in 2006 ook al bij waren, zijn nu plaatsvervanger en plaatsvervangers zijn nu groepscommandant. Ook zijn er luitenants die sinds die tijd twee en soms al meerdere keren zijn weg geweest. Er zit dus al veel uitzendervaring binnen het bataljon en deze is breed verspreid. Met dit als basis hebben we een op maat gesneden voorbereidingstraject samengesteld dat direct inspeelde op de situatie in het uitzendgebied. Dat gaf zelfvertrouwen en vertrouwen in de eigen groep en het ingedeelde materieel. De training is regelmatig tot op het individu geëvalueerd en tussentijds aangepast als dat nodig bleek. De focus lag vooral op het perfectioneren van gevechtstechnieken, de schietvaardigheid, de overige skills and drills en het verhogen van de fysieke en mentale weerbaarheid van alle niveaus. Daarnaast is er natuurlijk ook aandacht geweest voor culturele training.

Zo wordt een gewone eenheid een goede eenheid, een eenheid waarbij de skills & drills optimaal en tot in detail worden beheerst en waarbij het leiderschap op alle niveaus onder extreme omstandigheden en te allen tijde in staat is om leiding te blijven geven. Bovendien beschikken de militairen van zo’n goede eenheid de mentale en fysieke competentie, de wil en de discipline om door te zetten.” Toch was het ook voor de ervaren luchtmobiele infanteristen weer even wennen. Tijdens hun opwerkperiode verplaatsen ze zich veelvuldig per voertuig en niet per heli en te voet, zoals ze gewend zijn. Die voertuigen, voorzien van speciaal aangepaste bepantsering, bewapening en overige uitrusting, zitten normaal niet in het luchtmobiele uitrustingspakket. Ze werken onder andere met de Patria en de beproefde Bushmaster. De laatste biedt optimale bescherming tegen bijvoorbeeld Improvised Explosive Devices (IED).

Naast de verschillende pantservoertuigen met variatie in vuurkracht en bescherming is de Mercedes Benz (MB) Soft Top nog steeds onmisbaar voor de situational awareness en de flexibele ondersteuning van de patrouilles te voet, in moeilijk toegankelijke gebieden. De MB is voorzien van een meervoudige en zware bewapening waarmee zowel aan de voorkant als aan de achterkant vuur kan worden afgegeven. Ook zijn er extra middelen voor nachtzicht, het richten bij verminderd zicht en voor de verbinding. Voor de onontbeerlijke vuursteun kunnen zij te allen tijde vertrouwen op de 155mm Pantserhouwitser, als aanvulling op hun eigen 60mm en 81mm mortieren. Hiermee kunnen ze uitstekend de tijd overbruggen tot luchtsteun van eigen gevechtsvliegtuigen en gevechtshelikopters of die van de coalitie, ter beschikking komt.

In het begin lag de nadruk op het groeps- en organieke pelotonsoptreden tijdens oefeningen in het Zuid-Engelse Salisbury Plain en tijdens een life firing exercise (LFX) in het Duitse Bergen. Ook is er geoefend met de transport- en gevechtsheli’s tijdens ‘Redskin-Challenge’. “Hoewel dit een luchtmacht geleide oefening is om de helikopter crews te trainen, hebben wij daar prima onze eigen leerdoelen aan weten te koppelen,” zegt Swillens. “Al snel daarna is het accent verlegd naar het zo veel mogelijk trainen in de samenstelling waarin de eenheden ook in Uruzgan zullen optreden. Ervaring wijst uit dat je hier niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. Coöperatie én integratie tussen de verschillende eenheden en externe enablers om ze tot hechte, op elkaar ingespeelde teams samen te smeden, is dan ook vanaf het begin mijn uitgangspunt geweest. Dat is achteraf prima gelukt

Een peloton in Uruzgan is vele malen groter en ingewikkelder aan te sturen dan de pelotonscommandanten geleerd hebben tijdens hun vaktechnische opleiding tot infanterieofficier. Een peloton dat zich buiten de poort begeeft, is standaard al snel aangevuld met bijvoorbeeld een geniegroep, een Forward Air Controller, explosieven opruimers, een element voor de elektronische oorlogvoering (EOV) en een geneeskundige afvoergroep. Dit peloton wordt vervolgens geconfronteerd met een irregulier optredende tegenstander die zich bevindt tussen de burgerbevolking en vaak ook van daaruit opereert. Hierdoor is hij zeer moeilijk te identificeren en lastig op te sporen. Hij trekt zich bovendien niets aan van de Conventies van Genčve en onze Rules of Engagement. Bovendien heeft zo’n peloton een uiterst complexe opdracht. Het fungeert namelijk tegelijkertijd als strijdkracht, vredesmacht en als humanitaire eenheid.

Een dergelijk peloton kan in situaties terecht komen waarin het niet kan terugvallen op anderen, maar zelfstandig en in korte tijd beslissingen moet nemen met mogelijk grote gevolgen. Hierbij wordt van de militairen verwacht dat zij in staat zijn binnen enkele secondes te switchen tussen de verschillende disciplines. Dit vergt van hen zowel in het psychische als in het fysieke domein een flexibele houding en veel, verschillende capaciteiten om al die taken uit te kunnen voeren. Vooral de lagere, tactische niveaus als groep en peloton moeten kunnen optreden in zo’n snel wisselend geweldsspectrum. In Uruzgan komt het dus vooral op die niveaus aan. Vlak voor het zomerverlof kwam dit geďntegreerde optreden voor het eerst tot zijn recht gedurende een drieweekse oefening in de Marnewaard. Nagenoeg alle Task Force Eenheden (TFE) waren daarbij aanwezig”

Tijdens alweer de tiende editie van de grootscheepse eindoefening ‘Uruzgan Integration’ konden de eenheden van de TF de laatste puntjes op de i zetten. Zij kregen te maken met scenario’s rechtstreeks uit de praktijk en met militairen uit Uruzgan die hun ervaringen kwamen delen. In een groot aantal events gingen alle registers open om maar niets aan het toeval over te laten. Zo kreeg het opsporen en het onschadelijk maken van IEDs ruime aandacht. Terecht, want bermbommen vormen een grote bedreiging. Het kan iedereen gebeuren dat hij of zij op zo’n bermbom stapt of rijdt. Het is een voortdurend kat en muisspel om de IEDs op tijd te ontdekken en onschadelijk te maken. Op patrouille hangt veel af van de ervaring en het instinct van de genisten. Op verdachte plaatsen verkennen zij te voet de route. Met detectoren signaleren ze koperdraadjes, drukplaten in de weg, of de ingegraven artilleriegranaten of 107 mm raketten. De voertuigen die meestal van jammers zijn voorzien, volgen stapvoets in één spoor. Deze stoorzenders voorkomen dat een eventuele remote controlled IED van afstand tot ontploffing wordt gebracht met een gsm. Ook worden nu, in navolging van de Australiërs, speurhonden ingezet om sneller en veiliger stukken terrein te controleren op de aanwezigheid van IEDs. Het voorkomen van IEDs krijgt steeds meer aandacht. Het gaat hierbij om het in kaart brengen van het netwerk van personen die IEDs maken en plaatsen, om uiteindelijk te voorkomen dat IEDs gebouwd, opgeslagen, vervoerd en geplaatst worden. Forensische politieonderzoekstechnieken worden toegevoegd aan de instrumenten van de militaire inlichtingendienst om daders in kaart te brengen en op te sporen.

Het leren reageren op aanslagen en Troops in Contact (TIC) stond ook met stip genoteerd op de lijst van events, samen met luchtsteun van helikopters en F-16’s en medische evacuaties met gewonden en behandeling daarvan. “Aan het laatste wordt veel aandacht besteed,” zegt Swillens. “De statistieken laten namelijk zien dat iedere rotatie te maken krijgt met gewonden en in het ergste geval gesneuvelden. Daar mogen we de ogen niet voor sluiten. Het vertrouwen in onze geneeskundige afvoer en behandeltraject is gelukkig groot. Het is elke individuele militair duidelijk dat de operationele opdracht centraal staat en dat risico’s niet altijd vermeden kunnen worden. De risico’s en de daarvoor te nemen maatregelen die ik als commandant voorzie bij het uitvoeren van een bepaalde opdracht worden vooraf minutieus doorgenomen. Het omgaan met deze risico’s en de tactische uitvoering worden daarnaast constant tegen het licht gehouden. Was het verantwoord? Wat ging er goed of wat ging er fout en wat kan er beter?”

Een uitgebreid Observer-Trainer (OT) team hield tijdens de geďntegreerde oefeningen de militairen op alle niveaus een spiegel voor. Het registreerde genadeloos alle acties en tekortkomingen. De OT’ers legden daarbij soms acties stil, analyseerde de actie en koppelde vaak direct terug met de betrokken deelnemers. Wat op viel was de open houding en de leergierigheid. De evaluaties leverde telkens vele leermomenten op. De scenario’s waren zo flexibel opgezet dat er herhaalmomenten in zaten om het leerrendement verder te verhogen. De algehele voorbereiding is volgens Swillens geëvolueerd. “Bijvoorbeeld het ammunition awareness programma was tot twee jaar geleden geënt op de ervaringen uit Bosnië waar veel landmijnen lagen. Nu zie je dat de meest recente Tactics, Techniques en Procedures (TTPen) in de opleiding zijn verwerkt. Het grootste voordeel ten opzichte van de eerste uitzending in 2006 is echter de algemene mindset. Je weet nu ongeveer wat je kunt verwachten. Ook dat in Afghanistan ‘tijd’ een relatief begrip is en dat niets dat volgens standaardpatronen verloopt. Als je denkt dat je succesvol bent, kan het morgen wel eens anders lopen. Dus je moet zeer flexibel zijn in je plannen, ‘Risk assessment’ inbouwen en je moet altijd de lange termijn in het oog houden. Aan dit alles kun je merken dat we nu twee jaar verder zijn: het constant scherp zijn en om dat continue tussen de oren proberen te krijgen bij diegene die nog niet in Uruzgan zijn geweest.”

Vooruitblikkend zegt Swillens dat er nu vooral een accentverschuiving plaatsvindt van een missie met een overwegend militair karakter naar één met een geďntegreerde benadering: een aanpak van diplomatie, defensie en ontwikkelingssamenwerking. Twee jaar geleden beschikte Task Force Uruzgan (TFU) over welgeteld één politiek adviseur. Thans beschikt de TFU over een civiele staf van 13 personen, waaraan niet langer alleen personeel van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) en Ontwikkelingssamenwerking deelneemt, maar ook extern ingehuurde experts en een drugsbestrijdingexpert van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Ook op het gebied van politieopbouw wordt de inzet van de Koninklijke Marechaussee binnenkort aangevuld met adviseurs van het KLPD, ontplooid in het kader van EUPOL. De opbouw van de provincie komt hierdoor geleidelijk meer in burgerhanden. Ook gaat de leiding van het Provinciale Reconstructie Team (PRT), dat nu vooral bestaat uit militairen, medio 2009 over naar een diplomaat. BuZa zal binnenkort minstens 12 ambtenaren in de provinciale hoofdstad Tarin Kowt positioneren. Dat is vergelijkbaar met de bezetting van een middelgrote ambassade. De versterking van het civiele karakter van de Nederlandse bijdrage is breder dan de uitbreiding van de civiele staf in Tarin Kowt alleen. Wellicht belangrijker is de komst van Afghaanse en internationale NGO’s, VN organisaties en het bedrijfsleven.

Het centrale doel van de ISAF missie is de Afghaanse overheid te helpen zelf de veiligheidsproblemen in haar land ter hand te nemen. Capaciteitsvergroting bij leger en politie zijn daarvoor een eerste vereiste. De Afghan National Army (ANA) groeit in sneltreinvaart uit tot een volwaardig leger. Mede dankzij inbreng van Nederlandse landmachters en mariniers. De versterking van het internationale karakter op dit gebied krijgt steeds meer gestalte. Frankrijk, Australië en Hongarije gaan een infanterie Operational Mentor and Liaison Team (OMLT) ontplooien. Een Frans OMLT bestaande uit 72 legionairs heeft sinds augustus de begeleiding van het eerste infanteriebataljon op zich genomen. Dit bataljon opereert vanuit Camp Hadrian in Deh Rawod en vanuit de vooruitgeschoven patrouillebases Jahan Gul en Phoenix. In november zal het Australische OMLT de taken van het Nederlandse OMLT in Kamp Holland overnemen, waarmee ook de begeleiding van het tweede infanteriebataljon in handen komt van een internationale partner. Over de exacte datum waarop het Hongaarse OMLT in 2009 zijn werkzaamheden zal aanvangen, vindt thans overleg plaats. Dit is mede afhankelijk van het moment waarop het derde Afghaanse infanteriebataljon, dat sinds lange tijd elders wordt ingezet, in Uruzgan aantreedt. In oktober is de Afghan National Auxiliary Police (ANAP) ontbonden. Veelbelovende ANAP agenten krijgen nu een vervolgopleiding aangeboden om hen om te scholen tot volwaardige Afghan Uniformed Police (AUP) agenten. Een omscholing die wordt georganiseerd in goede samenwerking tussen de TFU, EUPOL en Amerikaanse en Afghaanse trainers. Ook de BG gaat hier zijn steentje aan bijdragen. Tsjechië en Slowakije nemen inmiddels de bewaking van beide Nederlandse kampen voor hun rekening. Naast het wachtpeloton levert Slowakije twee en wellicht binnenkort zes officieren voor het PRT. Op dit moment wordt zelfs onderzocht of Slowakije ook een volledig PRT missieteam kan leveren, inclusief force protection. Singapore levert voor zes maanden 20 man medische staf voor het Role II ziekenhuis op Kamp Holland. Ook Australië vergroot voor de duur van driemaal twee maanden (over een periode van anderhalf jaar) zijn bijdrage met een chirurgisch team van 10 man. Verder worden enkele Australische politiemensen geplaatst bij de staf van TFU om onder andere te adviseren op het gebied van drugsbestrijding.

De toename van het aantal internationale partners binnen de TFU, maakt de regie en de afstemming van operaties in Uruzgan complexer. Daarom zal vanaf februari 2009 in navolging van de Canadese en Britse Task Forces, een brigadegeneraal het commando over de TFU gaan voeren. Die rangverhoging versterkt daarnaast de positie van Commandant TFU binnen RC/South. Daar zwaait overigens sinds 1 november de Nederlandse generaal-majoor Mart de Kruif voor een jaar de scepter. Hij wordt daarin bijgestaan door een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiger, ambassadeur Willem Beelaerts van Blokland.

Uiteindelijk kijkt Swillens met een goed gevoel terug op het voorbereidingstraject. “De professionaliteit van de soldaten, korporaals, onderofficieren en officieren en bovendien de goede teamgeest binnen het bataljon zijn daarbij volledig tot hun recht zijn gekomen. Ik geloof echt in de kracht van het team. Daarom heb ik voor iedere Van Heutszer een tag gemaakt met daarop de tekst: ‘De kracht van de Van Heutszer is de vent naast hem’. Twee jaar geleden heeft het bataljon veel geluk gehad en in dat opzicht zijn wij toen echt the lucky Dutch genoemd. Of dat nu weer zo zal zijn, is de vraag. Het blijft lastig om de situatie in Afghanistan in te schatten. Een hoge graad van getraindheid speelt in mijn ogen een grote rol in het beperken van het aantal gewonden en het uitblijven van eigen dodelijke slachtoffers tijdens gevechtscontacten. Een engeltje op je schouder is daarnaast altijd welkom, maar het is beter om niets aan het toeval over te laten. En dat is precies wat we gedaan hebben in de voorbereiding.”

Leave a comment!

Add your comment below, or trackback from your own site. You can also subscribe to these comments via RSS.

Be nice. Keep it clean. Stay on topic. No spam.

You can use these tags:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

This is a Gravatar-enabled weblog. To get your own globally-recognized-avatar, please register at Gravatar.